Stalking / Huiselijk geweld

Overige

Aanzetten tot ontuchtige handelingen minderjarige (Art. 248a Strafrecht)

Hij die

  • door giften of beloften van geld of goed,
  • misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding,
  • een persoon, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt,
  • opzettelijk beweegt ontuchtige handelingen te plegen of
  • zodanige handelingen van hem te dulden,

wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 4 jaren of geldboete van de vierde categorie.

Toelichting:

 
Het initiatief moet van de dader uitgaan. Bij het plegen is de minderjarige actief en bij het dulden van die handeling passief. Het minderjarige meisje of jongen kan ook iemand zijn die zich beschikbaar stelt voor het verrichten van seksuele handelingen met derden tegen betaling (prostitutie).

Misleiding:

Bij misleiding zet de verdachte het minderjarige slachtoffer op het verkeerde been door onwaarheden of door halve waarheden te vertellen, maar die door de minderjarige bijvoorbeeld als gevolg van onwetendheid of dwaling zeker niet als zodanig worden ervaren.

Verschil tussen 247 en 248a:

Op basis van artikel 247 Sr moet de dader, met welk verleidingsmiddel dan ook, een jongen of een meisje beneden de leeftijd van 16 jaar verleiden tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen met een derde.

In het kader van artikel 248a Sr beweegt (verleidt) de dader een minderjarige man of vrouw tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen met of van hem, maar uitsluitend door toepassing van één van de met name genoemde verleidingsmiddelen.

Er heeft een invoering plaatsgevonden van een verplichting om de minderjarige in de gelegenheid te stellen zijn of haar mening over wenselijkheid van de vervolging uiteen te zetten, het zogenaamde hoorrecht.

Het is van groot belang dat het minderjarige slachtoffer op deze wijze in de gelegenheid wordt gesteld zijn of haar zienswijze omtrent de gebeurtenissen en omtrent het al dan niet vervolgen naar voren te brengen.

Weliswaar is een dergelijk hoorrecht momenteel in algemene zin in artikel 165a van het Wetboek van Strafvordering al geregeld. Desondanks werd voorgesteld om dit hoorrecht ook te geven aan minderjarige slachtoffers die 12 jaar of ouder zijn, van zedendelicten waarbij geen geweld e.d. is gebruikt.

Een dergelijke regeling levert een extra waarborg op dat in deze zaken strafrechtelijk optreden volgt, waar dit geboden is en strafrechtelijk optreden achterwege blijft, indien de belangen van het kind daartoe nopen.

Voor het hoorrecht zie artikel 167a Sv.