Stalking / Huiselijk geweld

Overige

Kinderpornografie (Art. 240b Strafrecht)

  • 1. Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft degene die een afbeelding -of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreidt, aanbiedt, openlijk tentoonstelt, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert, verwerft, in bezit heeft of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaft.
  • 2. Met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft degene die van het plegen van een van de misdrijven, omschreven in het eerste lid, een beroep of een gewoonte maakt.

Toelichting:

Op 1 juli 2009 is de straf, vermeld in lid 2 verhoord tot 8 jaar. Het doel van deze wetswijziging was, naast het nogmaals benadrukken dat de wetgever het stelselmatig bezitten, verspreiden en vervaardigen van kinderporno een ernstig strafbaar feit acht, het verruimen van de opsporingsmogelijkheden: door het verruimen van de strafmaat, behoren meer bijzondere opsporingbevoegdheden tot de mogelijkheden.

De wetgever had hier specifiek het oog op de mogelijkheid om vertrouwelijke communicatie op te nemen met een technisch middel in een woning (art. 126l Sv), waarvoor een minimumstraf van 8 jaar is vereist. Ook is het nu mogelijk om "voorbereidingshandelingen" (art. 46 Sr) te vervolgen.

Als gevolg van het Verdrag van Lanzarote, is per 1-1-2010 het "zich toegang verschaffen tot kinderporno op internet" en het "aanbieden" dan wel "verwerven" van kinderpornografisch materiaal strafbaar gesteld in artikel 240b Sr.  Daarnaast zijn aan art. 248 Sr strafverzwarende omstandigheden aan diverse zeden-artikelen (waaronder dit kinderporno-artikel) toegevoegd.

Seksueel geweld tegen en misbruik van kinderen vormen een zeer ernstige schending van de rechten van het kind. Het kind heeft recht op bescherming tegen aantasting van zijn of haar lichamelijke een geestelijke integriteit. Kinderen hebben die bescherming nodig om te kunnen uitgroeien tot evenwichtige mensen. De toekomst van de menselijke samenleving wordt mede bepaald door de manier waarop we met onze kinderen omgaan. Behandelen we onze kinderen slecht of geven wij ze onvoldoende aandacht en bescherming, dan ziet het er slecht uit voor onze toekomst.

De verhoging van de leeftijdsgrens van 16 naar 18 jaar zal is o.a. het gevolg van het VN verdrag inzake de Rechten van het Kind en de boodschap van het Wereldcongres tegen commerciële exploitatie van kinderen. Het veranderen van voorraad in bezit is een direct gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad van 21 april 1998 over het begrip in voorraad hebben.

Sinds dit arrest staat vast dat het in voorraad hebben van een afbeelding tevens inhoudt het bezit van een kinderpornografische afbeelding, ook het bezit van één afbeelding of meerdere afbeeldingen voor eigen gebruik. Het doel van dit artikel is: een bescherming te geven aan jeugdigen beneden de leeftijd van 18 jaar tegen seksueel misbruik, waarbij de jeugdigen zodanig gemanipuleerd en beïnvloed worden dat zij zich lenen of onder dwang moeten laten lenen, al dan niet samen met andere personen, voor het maken van pornografische afbeeldingen of opnamen.

Onder afbeeldings- of een gegevensdrager wordt ieder voorwerp verstaan waarop een weergave van een gebeurtenis kan worden vastgelegd. Naast foto- en diamateriaal moet gedacht worden aan bijvoorbeeld diskettes, cd-rom en back-up materialen voor de computer.

Onder een afbeelding van een seksuele gedraging in dit artikel moet worden verstaan:

De afbeelding van iemand, die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, in een zodanige houding dat daarmee kennelijk het opwekken van een seksuele prikkeling wordt beoogd. Deze gedraging en de pose op de afbeelding wordt niet beperkt tot minimaal twee personen.

De term "betrokken" impliceert niet dat er tenminste twee deelnemers zijn vereist. Het kind kan ook alleen een gedraging uitbeelden die een seksuele prikkeling beoogt. Of afbeeldingen van alleen jeugdigen zijn te kwalificeren als afbeeldingen van seksuele gedragingen in de zin van dit artikel hangt af van het karakter en/of context van de afgebeelde gedraging.

Er zijn twee uitersten aan te geven:

  1. Seksuele gedragingen in de zin van dit artikel zijn in ieder geval afbeeldingen van de in artikel 242 en verder van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde gedragingen, waarbij de betrokkenheid van de ander niet - onmiddellijk - zichtbaar is op de afbeelding. Denk aan het met geweld of bedreiging met geweld de jeugdige brengen tot een ontuchtige handeling met zichzelf (art. 246 Sr).
  2. Geen seksuele gedraging in de zin van dit artikel is de normale afbeelding van een geheel of gedeeltelijk ontbloot kind in de gezinssfeer.

Tussen deze twee uitersten zit een grensgebied van gedragingen waarvan niet op voorhand kan worden vastgesteld of deze wel of niet onder de delictsomschrijving van dit artikel vallen. Voor vaststelling of een afbeelding (van een jeugdige alleen) een seksuele gedraging is in de zin van dit artikel geldt als leidraad dat de afgebeelde gedraging wordt afgezet tegen een normale afbeelding van een geheel of gedeeltelijk ontbloot kind in een gezinssfeer.

Bij een normale afbeelding van een geheel of gedeeltelijk ontbloot kind in de gezinssfeer past de afgebeelde gedraging bij de jeugdige van die leeftijd en is de gedraging vastgelegd in een omgeving en in een context waarin de jeugdige normaal verkeert.

Bepalend zijn het karakter en/of de context van de afbeelding. Een onnatuurlijke pose en/of het toevoegen van bijkomende onnatuurlijke attributen geven de afbeelding een onnatuurlijk karakter en (kunnen) maken dat de afbeelding als een seksuele gedraging moet worden gekwalificeerd. Het karakter van de afbeelding van een seksuele gedraging in de zin van dit artikel is bijvoorbeeld een afbeelding:

  • van een jeugdige in een onnatuurlijke pose;
  • van een jeugdige in een duidelijk seksueel getinte houding;
  • waarbij de nadruk op de geslachtsdelen is gelegd;
  • waarbij uit het totale beeld duidelijk is dat het gaat om de geslachtsdelen.

De context van de afbeelding van een seksuele gedraging in de zin van dit artikel is bijvoorbeeld een afbeelding met bijkomende onnatuurlijke factoren zoals:

  • bepaalde kleding;
  • voorwerpen en/of attributen;
  • een omgeving waar een kind van jeugdige leeftijd normaal niet in verkeert.

Het gaat bij seksuele gedragingen om gedragingen die - indien vastgelegd - schadelijk kunnen zijn voor het kind:

  • hetzij omdat het tot die gedraging brengen al schadelijk is;
  • hetzij vanwege de publicatie daarvan.

De afbeeldingen van seksuele gedraging houdt seksueel misbruik van jeugdigen beneden de leeftijd van 18 jaren in.

Seksuele gedragingen in de zin van dit artikel zijn in ieder geval een afbeelding of afbeeldingen van de in de artikelen 242 en verder van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde gedragingen, zoals:

  • seksueel binnendringen van het lichaam;
  • ontuchtige handelingen met of bij een ander;
  • dulden van ontuchtige handelingen met een ander;
  • verleiden van een jeugdige, jonger dan 18 jaar, tot het plegen van ontuchtige handelingen met een derde;
  • met geweld of bedreiging met geweld de ander dwingen tot het plegen van ontuchtige handelingen, inclusief seksuele handelingen met zichzelf.

Seksueel misbruik is ook:

Onder seksueel misbruik in relatie tot kinderpornografie kan worden begrepen:

  • het betrekken van de jeugdige in seksuele activiteiten, of het doen van pogingen daartoe, dan wel er mee dreigen, of er beangstigende toespelingen op maken, of een beroep doen op min of meer latente seksuele gevoelens;
  • het betrekken van de jeugdige in seksuele activiteiten ten behoeve van de bevrediging van eigen (lust of macht) behoeften van de pleger;
  • de jeugdige tegen de zin betrekken in seksuele activiteiten of waarbij het kind het gevoel heeft zich niet aan seksuele activiteiten te kunnen onttrekken als gevolg van lichamelijk of rationeel overwicht, emotionele druk, dwang of geweld, of waarvan het onvoldoende begrip heeft, of die niet passen bij de ontwikkelingsleeftijd van het kind.

Voor het element "in voorraad hebben" van een afbeelding van een seksuele gedraging, is niet het vereiste gesteld dat dit geschiedt ter verspreiding of ter openlijke tentoonstelling van die afbeelding. Niet alleen het in voorraad hebben ter verspreiding, maar ook het in voorraad hebben op zich is strafbaar. Volgens de Hoge Raad (arrest van 21 april 1998) valt ook het in voorraad hebben van kinderpornografie voor eigen gebruik onder de strekking van dit artikel.

Onder de term productie van kinderpornografie wordt verstaan:

  • het vervaardigen van een afbeelding en/of het vastleggen op film, foto of iedere andere soort van informatiedrager van kinderen beneden de leeftijd van 18 jaar, die seksuele gedragingen moeten ondergaan, plegen en/of dulden.

Onder de term verspreiding van kinderpornografie wordt verstaan:

  • het in-, door- en uitvoeren en het verstrekken, verkopen, ruilen, uitgeven en tentoonstellen en het voor dergelijke activiteiten in voorraad hebben van een afbeelding, film, foto of iedere andere soort van informatiedrager van kinderen beneden de leeftijd van 18 jaar, die seksuele gedragingen moeten ondergaan, plegen en/of dulden.

Buiten incestslachtoffers om zijn kinderen uit een ouder-, zwaksociale-, en allochtone gezinnen de groep waarin veel jeugdigen slachtoffer worden van seksueel misbruik al of niet in combinatie met vervaardiging van kinderpornografie. Maar dat wil niet zeggen dat meisjes en jongens, zowel van het platte land als van de grote stad, vanuit welke gezinssituatie dan ook, in de leeftijd van 0 tot 18 jaar, geen slachtoffer kunnen worden van seksueel misbruik al of niet in combinatie van kinderpornografie.

De praktijk geeft alleen aan dat er meer slachtoffers in de eerste groepen vallen dan in die laatste. Er zijn in het verleden rapportages verschenen over seksueel misbruik al dan niet in combinatie met kinderpornografie, die cijfers bevatten. Die rapportages zijn vaak gemaakt door hulpverleners die beroepshalve veel met dergelijke slachtoffers te maken hebben. Een groot landelijk onderzoek heeft uitgewezen dat 1 op de 4 volwassenen een negatieve seksuele ervaring hebben opgedaan voordat zij 16 jaar oud waren.

Andere onderzoeken spreken over 1 op de 9. Seksueel misbruik beschadigd kinderen tot in de kern. Voor deze slachtoffers gaat het om zeer traumatische ervaringen, die levenslange psychische schade berokkenen. Kinderen die zijn verleid, die zijn bewogen of die zijn gedwongen tot het poseren of acteren voor de vervaardiging van kinderporno hebben het gevoel dat ze slechts gebruikt zijn als een ding, een wegwerpartikel.

Vooral als de kinderen wat ouder worden en zich gaan realiseren wat hun is overkomen of is aangedaan, kan de isolatie waarin de slachtoffers verkeren, toenemen. Bij seksueel misbruik, wel of niet in combinatie met de vervaardiging van kinderpornografie, spelen de slachtoffers soms met het idee dat zij er zelf schuld aan hebben.

Slachtoffers die door hun eigen sekse worden misbruikt, lopen vaak, vooral als zij in de puberale fase van hun leven terecht komen, met de vraag rond of zij homoseksueel zijn. Daarbij hebben deze slachtoffers de angst dat als het seksueel misbruik zou uitkomen, zij voor homoseksueel uitgemaakt gaan worden.

Niet zelden worden slachtoffers van seksueel misbruik in combinatie met de vervaardiging van kinderpornografie door de plegers bedreigd met het bekend maken of het publiceren van de opnamen die van de slachtoffers zijn gemaakt. De slachtoffers van kinderpornografie zijn er om dit soort redenen zeer vaak niet toe in staat om in woord aan te geven wat hen is overkomen of wordt aangedaan.

Het lijkt of het voor de groep slachtoffers waarvan kinderpornografische opnamen zijn gemaakt het nog moeilijker is dan voor andere slachtoffers van seksueel misbruik om over hun ervaringen te praten. Bewust of onbewust zenden ze signalen uit dat er iets niet pluis is. De andere volwassenen dan de dader die met het slachtoffer te maken hebben staan vaak niet open voor die signalen.

Dergelijke signalen kunnen zijn dat het kind niet bij de leeftijd passende seksuele kennis heeft, een plotseling gedragsverandering vertoont, angst voor affectie heeft, last heeft van buikpijn etc.

De uitgezonden signalen van het kind, veelal een combinatie van signalen, wordt door onbekendheid van de mogelijkheid dat er ontucht wordt gepleegd, snel toegeschreven aan andere zaken. Slachtoffers van de vervaardiging van kinderpornografie lopen vaak met de angst rond dat bekenden van hun dergelijke opnamen vroeg of laat in videotheken of op internet tegen komen.

Ook hebben ze last van steeds terugkerende gedachte dat er personen zijn, die zich zitten te bevredigen op de opnamen van de meest afschuwelijke periodes uit hun leven. In gesprekken met de politie hebben slachtoffers aangegeven dat zij erg veel moeite hebben met de verwerking van hun misbruik, maar dat dit extra moeilijk was doordat die opnamen nog jaren ergens bestaan.

Terugkerende uitspraken daarbij zijn: "het stopt nooit" en "het is jaren geleden, maar ik voel mij door die opnamen nog dagelijks misbruikt".

Kinderporno kan onderverdeeld worden in 4 categorieën.

  • Kinderporno vervaardigd door de dader van eigen gepleegde seksueel misbruik van jeugdige en voor voornamelijk eigen gebruik, eigen bezit of voor de ruilhandel (huisvlijt);
  • Kinderporno vervaardigd voor of terecht gekomen in een circuit met als doel financieel gewin (commercie);
  • Afbeeldingen van een niet gebeurde situatie, die samengesteld is uit diverse andere opnamen waardoor kinderporno op de afbeelding ontstaan is (digitaal bewerkt);
  • Bestaande afbeeldingen van gefantaseerde, schijnbaar niet gebeurde seksuele activiteiten met of door kinderen, vastgelegd door middel van teken- en/of schildertechnieken, al dan niet met behulp van een computer. Bij deze afbeeldingen staat vast dat zij zijn vervaardigd zonder betrokkenheid van een echt kind (virtueel).

Personen die zich bezig houden met kinderporno.

In de meeste gevallen zijn het pedoseksueel geaarde personen die de afbeeldingen vervaardigen en/of de gegevensdragers voorzien van seksuele gedragingen waarbij kinderen betrokken zijn, die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet bereikt hebben en soms zijn het personen die louter en alleen het financiële gewin voor ogen hebben (producenten);

Personen die uit verzamelingoverweging kinderporno verspreiden om het vervolgens ook te kunnen verkrijgen. Dit vindt vaak plaats binnen pedofiele netwerken. Daarnaast zijn dat personen die de kinderporno uit financieel gewin verspreiden, openlijk ten toon stellen, vervaardigen, invoeren, doorvoeren en uitvoeren (verspreiders).

Kinderporno kan voor de volgende redenen gebruikt worden:

voor persoonlijke seksuele bevrediging van de bezitter;

  • als herinneringsmateriaal aan vervlogen tijden (het kind wordt namelijk ouder en verandert lichamelijk);
  • om het kind over te halen tot het verrichten/dulden van seksuele handelingen (het aan kinderen tonen met de intentie dat het "normaal" is);
  • om het kind ermee te chanteren (ze moesten eens weten);
  • als ruilmateriaal tegen ander kinderporno, om een zo uitgebreid mogelijke verzameling van deze materialen te verkrijgen;
  • voor de verkoop aan gelijkgezinden met beperkte commerciële doeleinden;
  • voor de verkoop aan derde met pure commerciële doeleinden.

Virtuele kinderporno.

In artikel 240b wordt de zogenaamde virtuele kinderpornografie strafbaar gesteld. De strekking van dit artikel is de bescherming van echte kinderen tegen seksueel misbruik. Dit uitgangspunt heeft nog steeds geldigheid. Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat de moderne techniek het mogelijk maakt om levensechte beelden te vervaardigen, zonder betrokkenheid van echte personen of echte kinderen.

Door middel van (digitale) manipulatie kan een (pornografische) afbeelding van een volwassene of een niet-pornografische afbeelding van een kind worden getransformeerd in een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij een echt kind betrokken lijkt. Dit resultaat kan ook worden bereikt zonder daadwerkelijke betrokkenheid van een echt persoon (volwassene of kind).

Deze vorm van kinderporno wordt virtuele kinderporno genoemd. Het is dan niet mogelijk te bewijzen dat bij de vervaardiging van kinderporno daadwerkelijk een echt kind betrokken is geweest. Voor effectieve bestrijding van kinderporno, in het bijzonder op internet, kan het nodig zijn dat ook kan worden opgetreden tegen schijnbaar echte kinderporno.

Van politie en openbaar ministerie kan niet worden verlangd dat bewezen wordt dat het aangetroffen materiaal echte kinderen afbeeldt. Rechtvaardigingvoor strafbaarstelling van virtuele kinderporno kan niet meer uitsluitend zijn gelegen in bescherming van echte kinderen tegen seksueel misbruik. Die rechtvaardiging kan ook worden gevonden in het voorkomen van schade als gevolg van het in omloop brengen van beeldmateriaal dat seksueel misbruik suggereert.