Stalking / Huiselijk geweld

Overige

Corrumperen van kinderen (Art. 248d Sr)

Hij die een persoon

  • van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt,
  • met ontuchtig oogmerk ertoe beweegt getuige te zijn van seksuele handelingen,

wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

 

 

Toelichting:

Corrumperen betekent o.a. "bederven (in zedelijk opzicht)".  Deze strafbaarstelling is nieuw ten opzichte van de al bestaande internationale instrumenten en strekt tot bescherming van het kind tegen schadelijke invloeden op de persoonlijke en seksuele ontwikkeling. In het bijzonder gaat het om gedragingen die tot doel hebben een kind vatbaar te maken voor seksuele uitbuiting of seksueel misbruik.

Art. 248d Sr geeft uitvoering aan art. 22 van het Verdrag van Lanzarote. Art. 22 van het Verdrag verplicht tot het strafbaar stellen van het opzettelijk een kind laten aanschouwen van seksueel misbruik of seksuele handelingen voor seksuele doeleinden. Het dient daarbij te gaan om reële handelingen.

Het tonen van afbeeldingen valt noch onder de reikwijdte van dit verdragsartikel noch onder de reikwijdte van het voorgestelde art. 248d Sr.

Confrontatie met seksuele handelingen in het kader van seksuele voorlichting en seksuele ervaringen die onderdeel uitmaken van de normale seksuele ontwikkeling van opgroeiende kinderen, vallen buiten de reikwijdte van de strafbaarstelling. In die gevallen ontbreekt immers het ontuchtig oogmerk. Het moet gaan om het aan minderjarigen tonen van reële handelingen; het tonen van afbeeldingen (film of foto) valt niet onder de reikwijdte van het artikel. De wetgever acht vervolging op grond van art. 240a Sr in gevallen waarin afbeeldingen getoond wordt, op zijn plaats.

Strafbaar wordt gesteld het opzettelijk laten aanschouwen van seksueel misbruik of seksuele handelingen aan personen onder de 16 jaar voor seksuele doeleinden ("met ontuchtig oogmerk"). Wanneer een kind voor seksuele doeleinden wordt geconfronteerd met seksueel misbruik of seksuele handelingen, kan het kind toekomstige gedragingen die als ontucht moeten worden aangemerkt, als normaal ervaren. Tegen een dergelijke scheefgroei in de seksuele en persoonlijke ontwikkeling dient volgens de wetgever het kind te worden beschermd.

Voor strafbaarheid is niet vereist dat het kind zelf participeert in de seksuele handelingen waarvan hij of zij getuige is. Anders dan in art 239 Sr, is het niet van belang of het kind wel of niet vrijwillig getuige is van de seksuele handelingen. Kinderen dienen uitdrukkelijk te worden beschermd tegen schadelijke gedragingen van anderen, waarvan zij zelf de schadelijkheid mogelijk niet beseffen.

Het "ontuchtig oogmerk" kan volgens de wetgever inhouden het oogmerk om het kind op dusdanige wijze negatief te beïnvloeden dat hij/zij voor de toekomst eerder geneigd is met het ondergaan van ontucht in te stemmen, of wanneer de verdachte voor zijn eigen seksueel gerief een kind opzettelijk aanwezig laat zijn bij seksuele handelingen.

Anders dan in het merendeel van de artikelen in titel XIV van het Wetboek van Strafrecht, is het opzet op de leeftijd niet geobjectiveerd ("weet of redelijkerwijs moet vermoeden"). Dit kan tot bewijsproblemen leiden indien het verweer gevoerd wordt dat verdachte niet op redelijke wijze wist of had kunnen vermoeden dat de minderjarige nog geen 16 jaar was. Met name als het gaat om contacten die gelegd en gevoerd worden via internet, waar gebruikelijk is dat men zijn ware identiteit en dus leeftijd verhult, kunnen deze verweren wellicht moeilijk te weerleggen zijn. Ook indien in de contacten bijvoorbeeld een webcam gebruikt is, waarvan de beelden doorgaans niet erg helder zijn, geldt hetzelfde.

Door opname van dit artikel in art. 67 Sv, behoren diverse bijzondere opsporingsbevoegdheden (met name valt te denken aan de verschillende bevoegdheden om vastgelegde gegevens te vorderen; titel IVa Sv) en dwangmiddelen, zoals de toepassing van voorlopige hechtenis, tot de mogelijkheden. Daarnaast geldt door opname in art 67 Sv dat van voor dit delict veroordeelden DNA-materiaal kan worden afgenomen.

Door opname van dit artikel in art. 167a Sv, is ook het zogenaamde "hoorrecht" van toepassing: het OM dient een slachtoffer van 12 jaar of ouder zo mogelijk in de gelegenheid te stellen zijn mening over het gepleegde feit kenbaar te maken.