Wetsartikel

Hij,

  • die wederrechterlijk stelselmatig opzettelijk
  • inbreuk maakt op eens anders persoonlijke levenssfeer
  • met het oogmerk die ander te dwingen
  • iets te doen,
  • niet te doen of
  • te dulden
  • dan wel vrees aan te jagen
  • wordt, als schuldig aan belaging,
  • gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie.

Vervolging vindt niet plaats dan op klacht van hem tegen wie het misdrijf is begaan. De nieuwe bepalingen zijn in werking getreden op 12 juli 2000:

Wetssystematiek/samenloop.

De nieuwe bepaling is geplaatst in titel XVIII van het Wetboek van Strafrecht. Daarin staan misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid, zoals ontvoering en schaking. De bepaling komt na artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht, waarin bedreiging met een misdrijf strafbaar wordt gesteld.

De belager valt lastig, volgt hinderlijk, post constant, belt 's nachts op enz., maar tot bedreigingen in de zin van het Wetboek van Strafrecht hoeft het niet te komen. Zou er wel bedreigd worden met een misdrijf, dan zijn de artikelen 284 en 285 van toepassing.