Strafmaat

Strafmaat van ten hoogste 3 jaren

De strafpositie sluit aan bij artikel 285 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, waar het misdrijf van bedreiging een strafmaximum kent van 2 jaar. In lid 2 van dat artikel wordt het strafmaximum verhoogd tot vier jaar, wanneer de bedreiging schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde geschiedt.

Aangezien belaging zich kenmerkt door de stelselmatigheid, ligt een hogere strafmaat dan de twee jaar uit het eerste lid van artikel 285 Sr. voor de hand.

Mocht de belager recidiveren of bijvoorbeeld een civielrechtelijk kortgeding vonnis overtreden, dan heeft de strafrechter voldoende armslag om binnen het strafmaximum van drie jaar in de op te leggen gevangenisstraf te variëren.

De strafmaat van drie jaar correspondeert met de strafmaat voor mishandeling met voorbedachten rade. Indien het tot berechting komt is het belagings gedrag doorgaans al zodanig geëscaleerd, dat een vrijheidsstraf gerechtvaardigd is.

Ook kan in de rede liggen:

  • voorwaardelijke straf, verbonden aan stringente voorwaarden, die het slachtoffer bescherming bieden.
  • bij lichtere vormen van obsessie: een leerstraf, bijvoorbeeld het leren op een zodanige manier met zijn emoties om te gaan dat men het leven van het slachtoffer niet meer zuur hoeft te maken;
  • elektronisch toezicht, waarbij men wel moet bedenken dat de belager telefonisch dan nog wel met zijn activiteiten kan doorgaan.