Opzet

Gezien de plaatsing van de term ‘opzettelijk' bestrijkt het opzet niet de bestanddelen ‘wederrechtelijk' en ‘stelselmatig'. De dader behoeft dus om strafrechtelijk aansprakelijk te zijn, niet te hebben geweten dat wat hij deed, wederrechtelijk was.

Evenmin behoefde hij te weten dat het een delict was, noch dat het slachtoffer het feit als onrechtmatig of wederrechtelijk heeft ervaren. Wanneer een belager als verweer voert: "Ik wist niet dat wat ik deed als inbreuk werd ervaren op de levenssfeer van het slachtoffer", heeft dat op de strafbaarheid als zodanig geen invloed.

In de jurisprudentie wordt het bewijs van opzet uit de objectief waarneembare omstandigheden afgeleid.