Klachtdelict

Lid 2 van artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht luidt:

  • Vervolging vindt niet plaats dan op klacht van hem tegen wie het misdrijf is begaan.

Het slachtoffer moet exclusief kunnen bepalen of het Openbaar Ministerie tot vervolging van de dader mag overgaan. Nu gekozen is voor de term "begaan" betreft dit het daderschap in ruime zin, dus de feitelijke pleger, de deelnemer.

Het OM zal zonder klacht niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Het slachtoffer van de belaging moet zelfstandig kunnen bepalen of hij of zij geconfronteerd wil worden met de gevolgen van een strafvervolging, waaronder de mogelijkheid dat intieme details naar buiten worden gebracht en de vrijwel onontkoombare verplichting tot persoonlijke verschijning van het slachtoffer als getuige in het strafproces.

De regels omtrent het (absoluut) klachtvereiste zijn onverkort van toepassing, waaronder de mogelijkheid om als "rechtstreeks belanghebbende" over niet-vervolging te klagen (artikel 12 Strafvordering) .