Civielrechtelijke aanpak

In sommige situaties kan het als eisende partij optreden in een kort geding tot een snel en afdoende resultaat leiden. Met name als de bewijspositie van het slachtoffer sterk is, kan de kortgedingprocedure binnen enkele weken tot resultaat leiden, terwijl een strafzaak over het algemeen langer duurt.

Een kortgeding procedure heeft ook bezwaren:

  • een door de rechter opgelegd straat- of contactverbod is zeer moeilijk te handhaven, omdat de belager, die geobsedeerd is door zijn slachtoffer, zich veelal noch door het verbod, noch door een eventuele dwangsom laat weerhouden;
  • als eisende partij in een civielrechtelijke procedure moet het slachtoffer advocaatkosten maken en griffierecht betalen (respectievelijk de eigen bijdrage);
  • de belager kan zijn gedragingen aan het opgelegde verbod aanpassen en de belaging bijvoorbeeld richten op de omgeving van het slachtoffer, terwijl de gedragingen divers van karakter kunnen zijn.

In kort geding kan de eisende partij, het slachtoffer, de belager dagvaarden en eisen dat de rechter hem een straat- of contactverbod oplegt. De gedragingen van de belager moeten jegens de eisende partij een onrechtmatige daad opleveren in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek.

De eisende partij moet een spoedeisend belang hebben bij de gevorderde voorziening. De verbodsacties, die worden geëist hebben ten doel de belager zijn gedragingen te laten staken en de eisende partij weer in het volle genot van haar persoonlijke levenssfeer te laten zijn.

Veel kort-geding-procedures hebben plaatsgevonden tussen ex-partners of tegen ongewenste aanbidders, die de eisende partij terroriseren. Ook slachtoffers van seksueel geweld benutten het instrument van het kort geding om de dader in diens bewegingsvrijheid te beperken.