Trauma

Seksueel misbruik is voor veel slachtoffers een trauma. Men noemt dit trauma ook wel een ‘posttraumatische stressstoornis’. Als iemand een ingrijpende gebeurtenis meemaakt, doen zich allerlei angstverschijnselen voor: hartkloppingen, zweten, ademhalingsstoornissen etc. Die reacties zijn normaal.

Bij iemand met PTSS gaan die verschijnselen niet over. Ook als de bedreigende situatie al lang voorbij is, voelt het slachtoffer zich alsof hij of zij er nog middenin zit. Het trauma wordt telkens herbeleefd in dromen of herinneringen. Een geluid of beeld kan de angstreactie in volle hevigheid oproepen en de betrokkene kan daarbij zelfs het gevoel hebben dat de gebeurtenis werkelijk opnieuw plaats vindt.

Het kan zijn dat het slachtoffer geobsedeerd is door de traumatische ervaring en over niets anders kan praten. Het kan ook zijn dat hij of zij er juist helemaal niet over praat, in een poging het kwijt te raken. Een trauma ontstaat vaak na onder andere (langdurig) seksueel misbruik. Je wordt bij zoiets overmand door indrukken en emoties. Zo’n gebeurtenis kan het beeld wat je van jezelf hebt veranderen.

Bij seksueel misbruik is je gevoel voor veiligheid geweld aangedaan. Om als persoon (en zeker als kind) te kunnen functioneren, is het van belang dat je jezelf in je eigen omgeving veilig voelt. Bij seksueel misbruikt is er helemaal geen sprake van een "veilige omgeving" en macht over je eigen leven. Alles wat nodig is om je als kind te kunnen ontwikkelen en je als volwassene evenwichtig te voelen, is aangetast.

Bij iemand die een trauma heeft gekregen door seksueel misbruik, komen herinneringen vaak stukje bij beetje naar boven. Soms komen herinneringen ook wel eens plotseling naar boven indien deze herinneringen worden opgeroepen door een bepaald beeld of de manier waarop iemand met je praat. Dit kan soms wel weer eens te herleiden zijn naar gebeurtenissen tijdens het seksueel misbruik. Over deze herinneringen (of herbelevingen) heb je geen controle. Het is dan ook logisch dat je probeert deze herinneringen te vermijden.

Ook is het mogelijk dat je herinneringen op bepaalde punten tegenstrijdig zijn. Soms besef je wel dat je misbruikt bent en een tijdje later ontken je het weer. Veel mensen die seksueel misbruikt zijn, hebben de neiging dit te ontkennen of te verzachten. PTSS komt voor op alle leeftijden. Anders dan bij angststoornissen kan iemand datgene wat hem of haar angst inboezemt niet vermijden.

De gebeurtenissen draagt hij of zij bij zich en dat geeft een voortdurende spanning. Bij kinderen uit zich dat met name in psychosomatische klachten, zoals buikpijn en hoofdpijn. Mensen met PTSS gaan zich vaak afsluiten. Ze proberen situaties te vermijden die aan het trauma kunnen herinneren. Vaak leidt dit tot een emotionele vervlakking, ze reageren alsof ze verdoofd zijn.

Soms is er sprake van geheugenverlies, een beschermingsmechanisme tegen herinneringen die te veel angst oproepen.

Maar hoe mensen ook proberen om het uit de weg te gaan, zolang de gebeurtenissen niet verwerkt zijn blijven ze in volle hevigheid aanwezig. Er hoort een voortdurende spanning bij, waarbij je het gevoel hebt "op scherp" te staan.

Mensen blijven dus onder spanning staan en zijn voortdurend waakzaam. Daardoor zijn ze vaak enorm prikkelbaar en vertonen o.a. schrikreacties. Zij kunnen lijden aan concentratiestoornissen. Schuldgevoelens en minderwaardigheidsgevoelens komen ook vaak voor. Als PTSS lang aanhoudt kunnen de psychische problemen zich uitbreiden en kan iemand depressief worden, suïcidale gedachten krijgen of agressief worden. Voor mensen in de omgeving heeft PTSS grote gevolgen. Omdat de traumatische gebeurtenissen niet verwerkt worden, blijft iemand als het ware opgesloten in zichzelf.

Echte belangstelling voor anderen kan hij niet opbrengen. De combinatie van emotionele vervlakking en een slecht humeur dat maar aanblijft, veroorzaakt onherroepelijk spanningen. Bij veel mensen begint de posttraumatische stresstoornis enkele uren of dagen na het trauma. Vaak ook gaan er jaren voorbij voordat de klachten zich openbaren, bijvoorbeeld bij incest.

Niet iedereen die een verkrachtingservaring heeft meegemaakt ontwikkelt een langdurig post traumatisch stress syndroom. Uit onderzoek blijkt dat zulks afhangt van de aard van de verkrachting, zoals de duur ervan, de onontkoombaarheid van de situatie, de frequentie en de mate van fysiek geweld en vernedering.

Er wordt ook verondersteld dat goede opvang en sociale steun door de politie, het openbaar ministerie, de hulpverlening en het persoonlijk sociale netwerk van de vrouw (of man) de ontwikkeling van langdurige klachten tegen gaat. Goede steun kan ertoe bijdragen dat de vrouw (of man) opnieuw een positief zelfbeeld opbouwt en zij kan haar gevoel doen verminderen in een onveilige en boosaardige wereld te leven.