Wie plegen seksueel misbruik van kinderen?

Seksueel misbruik komt voor in alle milieus, zowel bij de lagere als hogere sociale klasse, bij mensen van alle kerkelijke gezindten en bij autochtone en allochtone Nederlanders. Voor zover bekend uit onderzoek zijn plegers vrijwel altijd mannen.

Vrouwen vormen één tot drie procent van alle plegers. Meestal zijn hun slachtoffers kinderen binnen het gezin, jongens even vaak als meisjes. De helft tot driekwart van deze vrouwen pleegt het misbruik onder druk van een (hun) man die er bij aanwezig is.

De meeste vrouwelijke plegers zijn zelf in hun jeugd seksueel misbruikt of verwaarloosd. In 80 tot 95 procent van alle gevallen gaat het om bekenden van het kind. De onbekende 'man in de bosjes' of 'kinderlokker' komt maar zelden voor. De kinderen zijn doorgaans afhankelijk van de pleger of hebben vertrouwen in hem: een vader, broer, oom, de vriend van moeder, een tante, huisvriend, buurman, leraar of jeugdleider.

Meisjes blijken vaker door gezins- of familieleden misbruikt te worden terwijl jongens vaker door mannen buiten de kring van verwanten worden misbruikt. Plegers van seksueel misbruik van kinderen worden wel pedoseksuelen genoemd. Binnen de groep pedoseksuelen zijn drie typen te onderscheiden die aanmerkelijk van elkaar verschillen:

I Pedofielen

Het gaat om volwassen mannen die zich uitsluitend seksueel aangetrokken voelen tot jongens (of soms meisjes) die nog niet in de puberteit zijn gekomen. Ze hebben steeds terugkerende seksueel opwindende fantasie‘n en een intense seksuele drang gericht op kinderen.

Naast de bijzondere seksuele gerichtheid hebben deze mannen ook in het algemeen een voorkeur voor kinderen: ze gaan liever om met kinderen dan met volwassenen, die ze als bedreigend ervaren. Ze 'vallen' op de kinderlijke gestalte, houden van de belevingswereld van kinderen en willen het liefst 'kind met de kinderen' zijn.

Pedofilie wordt gezien als een gestoorde seksuele gerichtheid die gewoonlijk in de puberteit begint. Over de oorzaak ervan is weinig met zekerheid te zeggen. Pedofielen gebruiken hun overredingskracht om kinderen tot seksuele contacten over te halen. Eigenlijk manipuleren ze hen gewoon. Met deze kinderen hebben ze vaak een langdurige relatie. Ze vinden dat seks met kinderen moet kunnen en ze voelen zich er dus niet schuldig over.

Vaak verzamelen ze kinderpornografie, soms maken ze dat zelf voor eigen gebruik. De relatie met het kind eindigt als het in de puberteit komt: de geslachtskenmerken die zich dan ontwikkelen, maken het kind onaantrekkelijk voor de pedofiel. Er zijn pedofielen die geen uiting geven aan hun seksuele gerichtheid. Zij hebben geen seksuele contacten met kinderen.

II Gelegenheidsplegers

Het betreft mannen (soms vrouwen) die weliswaar een seksuele voorkeur hebben voor een volwassen partner maar die onder invloed van tijdelijke, ingrijpende gebeurtenissen in hun leven seksuele contacten aangaan met (eigen) kinderen of afhankelijke jongeren.

Hun leven is uit balans doordat ze bijvoorbeeld een partner moeten missen, huwelijksproblemen hebben of zijn ontslagen. Met die stress-situaties kunnen ze niet omgaan. De seksuele contacten zijn een compensatie. Zij zijn zelden eerder veroordeeld voor seksuele of andere delicten.

Hun slachtoffers zijn veel vaker oudere meisjes dan jongens. Vaak gaat het om incestplegers, bijvoorbeeld (stief-) vaders, oudere broers of ooms of om mannen die door hun beroep vaak in contact komen met meisjes. Ze manipuleren het slachtoffer (zie hieronder) en wachten geschikte gelegenheden af voor het misbruik.

Soms duren deze situaties jarenlang. Achteraf schamen ze zich en voelen zich schuldig. In gevallen van incest gaat het seksueel misbruik soms samen met ander huiselijk geweld: vrouwenmishandeling en verwaarlozing van de kinderen.

III Antisociale plegers

Het gaat om mannen die niet in staat zijn om (duurzame) liefdesrelaties aan te gaan, zich niet kunnen inleven in de gevoelens van anderen en meestal gewetenloos zijn. Ze zijn vaak al eerder veroordeeld voor seksuele delicten jegens vrouwen en voor andere misdrijven. Vaak willen zij met het misbruik hun boosheid op de maatschappij uitdrukken of wraak nemen op een vrouw die hen heeft verlaten of op alle vrouwen.

Ze hebben geen seksuele voorkeur voor kinderen maar misbruiken ze omdat ze een gemakkelijke prooi vormen. Ze zoeken een onbekend slachtoffer, misbruiken het eenmaal en gebruiken bij weerstand veel dwang en geweld. Psychopaten, de extreemste plegers, gaan over tot ernstige wreedheden of doden het kind.

De recente maatschappelijke verontwaardiging over plegers van seksueel misbruik is vooral ontstaan na een aantal ernstige misbruikzaken met doding van een kind die door deze daders zijn gepleegd. Dat type dader komt gelukkig heel weinig voor.

Het komt vaak voor dat plegers kenmerken bezitten van meerdere typen. Totnogtoe is er geen biologische oorzaak gevonden voor de neiging om kinderen seksueel te misbruiken. Wel wordt vaak geconstateerd dat zij in hun jeugd in de steek zijn gelaten, een gebrek aan warmte hebben ervaren in het gezin, mishandeld zijn door ouders en zich nooit veilig hebben gevoeld.

40 tot 50 procent van alle plegers is zelf in de jeugd seksueel misbruikt. Later durven zij dan ook geen hechte relaties aan te gaan of blijven zij emotioneel eenzaam, ook al hebben zij een partner.