Wat kunnen ouders doen als zij het vermoeden hebben dat een kind misbruikt is?

Luister naar wat het kind uit zichzelf wil vertellen. Stel open vragen en geen sturende of suggestieve vragen. Vraag naar het wat, wanneer en wie en niet naar het waarom. Vraag hoe het kind zich voelde bij lichamelijke aanrakingen.

  • stel geen vragen op een beschuldigende of veroordelende manier
  • zeg dat het kind er zelf niets aan kon doen
  • concludeer echter niet overhaast dat het kind misbruikt is op basis van weinig of onduidelijke informatie van het kind
  • raak niet overstuur en als dat toch gebeurt, belast het kind daar dan niet mee: er hoeft bij nader inzien niets gebeurd te zijn of het gaat om iets onschuldigs dat u, uw kind of een ander verkeerd begrijpt
  • ondervraag het kind niet voortdurend: kleine kinderen zijn ontvankelijk voor suggestie en voelen op den duur aan wat je wilt of denkt te gaan horen
  • vertel het kind dat je gaat helpen om er iets aan te doen en dat je hiervoor zelf ook hulp gaat vragen aan iemand die er verstand van heeft (het komt immers vaker voor)
  • bespreek je vermoeden niet meteen met buren, vrienden of kennissen; dan ontstaat al snel een beschuldigende roddel
  • vraag advies bij Veilig Thuis (www.vooreenveiligthuis.nl), de zedenpolitie of een Bureau Jeugdzorg waarvan de Raad voor de Kinderbescherming deel uit maakt. Zij kunnen u advies geven en kunnen ook een onderzoek instellen waarin zij nagaan of er inderdaad sprake is van seksueel misbruik.

Deze aanwijzingen gelden natuurlijk ook voor vertrouwenspersonen van het kind buiten het gezin: de huisarts, de buurvrouw of de mentor van school.