Wat is bekend over jeugdigen die kinderen seksueel misbruiken?

Minderjarige verdachten zijn bijna altijd jongens. Als meisjes dader zijn, worden ze meestal verdacht van medeplichtigheid aan het gedrag van jongens. Deskundigen maken onderscheid tussen minderjarige jongens die leeftijdgenoten aanranden en jongens die kleine kinderen misbruiken.

Minderjarigen die leeftijdsgenoten aanranden, komen vaak uit probleemgezinnen en hebben te maken gehad met mishandeling, gebrekkig ouderlijk toezicht en emotionele verwaarlozing. De frustraties, boosheid en onlustgevoelens die daaruit voortvloeien leiden tot antisociaal gedrag zoals zedendelicten. Vaak worden die in groepsverband gepleegd.

Maar ook temperament, aangeboren eigenschappen en culturele verschillen spelen een rol in het ontstaan van antisociaal (seksueel) gedrag. Ze beginnen hun 'criminele' carrière vaak als basisscholier met pesten en kleine winkeldiefstallen. In hun puberteit vechten ze met andere jongens en vallen meisjes van dezelfde leeftijd seksueel lastig.

Ze komen in aanraking met de kinderrechter vanwege vermogens-, gewelds- en zedendelicten. Als niet wordt ingegrepen, zet dat gedrag zich op volwassen leeftijd voort.

Misbruikers van kleine kinderen zijn vaak ernstig gestoord in hun seksuele ontwikkeling. Zij hebben als kind geen band opgebouwd met hun ouders en missen de sociale vaardigheden om persoonlijke, intieme relaties aan te gaan met leeftijdgenoten. Het zijn sociaal geïsoleerde jongens die daarom hun toevlucht zoeken tot contacten met kleine kinderen.

Dan kunnen ze gemakkelijk de baas spelen, voelen ze zich veilig en worden ze niet afgewezen. Pas na enige tijd gaan ze experimenteren met seksuele handelingen. Zij maken zich niet of nauwelijks schuldig aan andere delicten. Bij een deel van deze jongens openbaart zich op die leeftijd een pedofiele oriëntatie In hun kindertijd hebben zij soms seksueel misbruikervaringen meegemaakt.

Zeden vandalen, die af en toe lichte seksuele grensoverschrijdingen plegen jegens leeftijdgenoten, moeten niet direct als zedendelinquenten worden beschouwd. Ze plagen meisjes, trekken zwembroekjes omlaag in het recreatiebad en proberen borsten en billen aan te raken. Ze doen dat vooral in groepsverband.

Meisjes ervaren dit als irritant, maar ondervinden er verder geen nadelige gevolgen van. Het machogedrag van de jongens hoort bij de experimenteerfase op weg naar de volwassenheid. De kans op herhaling is gering na een berisping door volwassenen of de politie.

Ook bij seksuele verkenningen tussen kinderen van min of meer gelijke leeftijd is het woord 'misbruik' niet op zijn plaats. Door ouders en leerkrachten wordt wel eens te heftig gereageerd op aanwijzingen van seksspelletjes De schade die ontstaat door de vaak heftige en aanhoudende reacties van volwassenen is vaak groter dan die van de gebeurtenis zelf.

Kinderrechters vinden over het algemeen dat jeugdige daders behandeld moeten worden; uitsluitend straffen helpt niet. Ondersteuning van de ouders bij de opvoeding kan helpen herhaling te voorkomen. Hierbij hebben ook de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering een taak.

Jonge zedendelinquenten kunnen bijvoorbeeld een 'Taakstraf Seksualiteit' krijgen bij de Rutgers Stichting, een ambulante behandeling bij een hulpverleningsinstelling of een veroordeling tot een Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen (PIJ). Vroeger heette dit laatste jeugd-tbs.

Veel jeugdige zedendelinquenten krijgen echter alleen maar een gevangenisstraf (jeugddetentie) of een geldboete en worden daardoor niet met hun eigen gedrag geconfronteerd. Dat kan negatieve gevolgen hebben. Een kwart van de volwassen plegers is al op jonge leeftijd begonnen met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Vroegtijdig ingrijpen is nodig om later erger te voorkomen.