Wat kan de hulpverlening aan steun bieden?

Allereerst kan de huisarts, de psycholoog of de pedagoog nagaan of het kind schade heeft ondervonden. Bij eenmalige, lichte misbruikervaringen is geen sprake van lichamelijke en emotionele schade en hoeven ouders niet ongerust te zijn.

Bij ernstig misbruik praat bijvoorbeeld een hulpverleenster van het Bureau Jeugdzorg of de RIAGG met het kind over de misbruikervaringen en over de angsten, onzekerheden, verwarring en eventuele schuld die het kind daarbij - uiteraard onterecht - voelt.

Het uiten van die gevoelens onder deskundige begeleiding kan helpen bij het verwerken van de ervaringen en de schade beperken. Uiteraard betrekt de hulpverlener één of beide ouders bij de behandeling en adviseert hoe deze het beste kan omgaan met het kind.

Het kind moet weer vertrouwen in volwassenen krijgen. Bij misbruik door de vader krijgen naast het kind vaak beide ouders hulp. De moeder krijgt steun omdat ze zich in een moeilijke positie bevindt: ze wil haar dochter steunen maar haar man misschien niet kwijt.

De vader kan door de rechter een behandeling opgelegd krijgen. Tijdens die behandeling leert hij om openlijk de volle verantwoording voor het misbruik op zich te nemen. Dat is zeer belangrijk voor het verwerkingsproces van het kind.