Welke rol speelt behandeling van plegers van seksueel misbruik van kinderen?

De samenleving heeft er belang bij dat de pleger niet meer terugvalt in zijn oude fout. Gevangenisstraf helpt daarbij, zo lang als die duurt. Maar hoe lang de straf ook is, eens komt de pleger vrij en vormt dan weer een risico voor de samenleving.

Daarom is behandeling tijdens of na de detentie of in plaats van detentie zinvol als daardoor terugval wordt voorkomen of de kans erop wordt verkleind. Probleem is echter dat veel plegers van seksueel misbruik hun misdrijf ontkennen of minder ernstig voorstellen, zodat ze weinig trek hebben in een behandeling.

Veel van hen hebben een duwtje in de rug nodig om in behandeling te gaan. Wanneer deze mannen worden opgepakt, kan de rechter dat duwtje geven. Daarvoor bestaan een aantal wettelijke mogelijkheden. Zo kan de man de keuze worden voorgelegd om een ambulante behandeling te volgen in ruil voor een (gedeeltelijke) voorwaardelijke veroordeling.

Daderbehandeling houdt in dat iemand zich laat behandelen door bijvoorbeeld een psycholoog of een psychiater. Daderbehandeling is voor een slachtoffer zeer belangrijk, vooral als de pleger een bekende is en na een eventueel uitgezeten straf weer terugkomt in het gezin of de kennissenkring van het slachtoffer.

Van veel incestslachtoffers hoeft de dader niet zo nodig gestraft te worden, zolang het misbruik maar ophoudt. Ze houden ook meestal van hun vader, oudere broer of oom en zitten niet te wachten op gevangenisstraf voor een familielid. In die gevallen zou een daderbehandeling heel zinvol kunnen zijn.

Maar hoe is de praktijk? Nu wordt slechts eenderde van alle daders behandeld: 30 procent van de veroordeelden krijgt een ambulante daderbehandeling, 5 procent wordt binnen een tbs inrichting behandeld. De resterende 65 procent krijgt een gevangenisstraf of een andere straf opgelegd zonder te worden behandeld.

Dat laatste gaat veranderen: binnenkort kan in een aantal gevangenissen misbruikplegers worden behandeld.