'Rechercheurs niet goed in onderscheid echte en valse zedenaangifte'

Zedenrechercheurs zijn niet goed in het onderscheiden van echte en valse zedenaangiftes. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Maastricht en de Vrije Universiteit.

Volgens onderzoeker André De Zutter denkt de politie ten onrechte veel kennis te hebben, maar blijken ze in praktijk niet beter dan leken. 'Het beoordelen van een zedenaangifte is nattevingerwerk.' Hij deed afgelopen jaren samen met rechtspsychologen Robert Horselenberg en Peter van Koppen verschillende onderzoeken naar echte en valse zedenaangiftes, en bestudeerde daarvoor bijna driehonderd verkrachtingsdossiers.

Vergeleken met andere misdrijven komen onterechte zedenaangiftes vaak voor. Volgens de onderzoekers is gemiddeld 1,2 procent van de aangiftes vals, bij seksueel misbruik gaat het om 5 procent. Om sneller en beter een onderscheid te kunnen maken, ontwikkelden De Zutter en zijn collega's een 'meetinstrument' aan de hand van kenmerken van waargebeurde en verzonnen verkrachtingsverhalen.

'Sinds kort wordt deze meetmethode door de Franse politie gebruikt.' De Zutter onderzocht ook hoe goed Nederlandse rechercheurs in staat zijn het onderscheid te maken. Hij vroeg twintig zedenrechercheurs vijf willekeurige aangiftes te beoordelen op echtheid. Een deel van de aangiftes was aantoonbaar vals, van een ander deel was bewezen dat ze echt waren.

Dezelfde vraag stelde hij aan studenten van de Politieacademie die al een cursus over aangiftes hadden gevolgd, en aan willekeurige Maastrichtse studenten die niets van het onderwerp afwisten. Alle drie de groepen scoorden hetzelfde: ze beoordeelden de helft van de zaken goed. 'Je kunt net zo goed een muntje opgooien als je iets wilt zeggen over de uitslag. Dat is zorgelijk.

Uiteindelijk wordt een zaak op basis van het hele onderzoeksdossier beoordeeld, maar een aangifte is een belangrijk eerste moment.' Maar, voegt hij toe, 'je kunt het zedenrechercheurs ook niet echt kwalijk nemen, de scholing die ze krijgen op de Politieacademie heeft geen wetenschappelijke basis.'

De Politieacademie zegt het onderzoek niet te kennen. De Zutter zegt echter dat er wel contact is geweest met het opleidingsinstituut voor agenten. Een woordvoerder van de Politieacademie noemt de stelling van De Zutter 'interessant', en hij wijst erop dat de onderwijstrajecten 'geaccrediteerd en gevalideerd' zijn. 'Maar we proberen zo actueel mogelijk te zijn. Via onze lectoraten en op basis van wetenschappelijk onderzoek voeden we dat onderwijs steeds naar de nieuwste inzichten.'

De onderzoekers geven toe dat de onderzoeksgroep klein is, en dat de uitkomst van een onderzoek onder meer rechercheurs een ander beeld kan opleveren. Maar, schrijven ze in hun onderzoek, 'we hadden veel moeite om medewerking te krijgen van de politie. Slechts in twee regio's was men hiertoe bereid.'

Volgens de Nationale Politie zijn er ruim 800 gespecialiseerde zedenrechercheurs. De politie zegt zich niet in het onderzoek te herkennen. 'Pas gedurende of na afloop van het rechercheonderzoek dat op de aangifte volgt, kan worden beoordeeld of een aangifte vals is of onjuistheden bevat', stelt een woordvoerder.

'In geval van twijfel kan een zaak ook worden voorgelegd aan het Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken van de politie: daarin zitten allerlei soorten experts, zoals externe wetenschappers en zedenrechercheurs. Als slachtoffers een valse of onjuiste aangifte doen, bijvoorbeeld om iemand te beschermen of om te verhullen dat ze zelf ergens zijn geweest waar ze niet mochten komen van hun ouders, dan komen rechercheurs daar gaandeweg het onderzoek veelal achter.'

Dat justitie soms blundert bij de beoordeling van zedenzaken blijkt ook uit de strafzaak tegen Cornelis H. Vrijdag moet hij voor de rechter verschijnen. Hij wordt onder meer verdacht van de verkrachting van José in 1998 in Utrecht. Lange tijd had haar zaak het stempel 'onopgelost'. In 2015 vroeg het slachtoffer opnieuw aandacht voor haar zaak. Toen bleek dat grote delen van haar dossier waren verdwenen.

En dat niet alleen: in 2010 was de verdachte al in beeld na een match in de DNA-databank. Hiervan was José echter nooit op de hoogte gesteld. Inmiddels heeft de Utrechtse hoofdofficier haar excuses gemaakt. De Volkskrant 2-6-2016