Meer slachtoffers van kinderporno achterhaald

In 2014 zijn flink meer slachtoffers van kinderporno geïdentificeerd dan in de jaren ervoor.

Ook heeft de politie meer zaken bij het Openbaar Ministerie (OM) aangeleverd waarin de makers en verspreiders van kinderporno centraal staan. Dat komt omdat de aanpak van kinderpornografie is veranderd en versterkt.

Dat heeft minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie maandag aan de Tweede Kamer laten weten. Politie en justitie richten hun pijlen iets minder op degenen die deze illegale porno bekijken of downloaden en juist meer op de makers ervan en de verspreiders van de beelden.

Doel daarvan is om meer slachtoffers op te kunnen sporen en ze uit de soms acute misbruiksituatie te halen. Vorig jaar werd de identiteit van 423 slachtoffers achterhaald. In 2013 waren dat er nog 130 en in 2012 ging het om 239 slachtoffers.

De verschuiving van de aanpak leidde er ook toe dat vorig jaar 30 procent van de zaken betrekking had op de verspreiding van kinderporno, 10 procent meer dan in 2013. Zeker 14 procent ging over de productie van kinderporno, iets meer dan in 2013. Verder zijn in 2014 zes zaken behandeld die te maken hadden met kindersekstoerisme.

In totaal zijn 560 verdachten aangeleverd bij het OM. Dat betekent dat de doelstelling van 594 verdachten - een kwart meer dan in 2010 - niet is gehaald. Toch is Van der Steur tevreden met de resultaten. Hij wijst erop dat veel onderzoeken arbeidsintensief en tijdrovend zijn en vaak over de grens gaan. Het is de bedoeling dat de internationale samenwerking bij de opsporing nog beter wordt. Telegraaf 2-6-2015