Pubers melden verkrachting later dan oudere slachtoffers

Pubers die een verkrachting hebben meegemaakt wachten vaker langer dan één week met onthullen dan jongvolwassen slachtoffers, zo blijkt uit onderzoek van het UMC Utrecht.

Het vertraagd bekend maken van verkrachting heeft ernstige gevolgen voor eventuele aanhouding van de dader en voor de gezondheid van het slachtoffer. Het Landelijk Psychotraumacentrum van het UMC voerde het onderzoek uit onder 323 vrouwelijke slachtoffers van een eenmalige verkrachting.

Daaruit bleek dat meisjes van 12 tot en met 17 jaar het seksueel geweld later melden dan vrouwen van 18 tot en met 25 jaar. Wanneer slachtoffers wachten met praten over een verkrachting, dan heeft dit nadelige gevolgen voor het krijgen van medische hulp, zoals behandeling van verwondingen, soa-preventie en ongewenste zwangerschap.

Het verhindert ook forensisch onderzoek en daarmee de mogelijke aanhouding van de verdachte. Slachtoffers die wel binnen een week hun verhaal deden, bleken twee tot drie keer vaker naar de dokter of politie te gaan.

In Nederland heeft een op de acht vrouwen en een op de dertig mannen ooit een verkrachting meegemaakt. Volgens het Centrum Seksueel Geweld (CSG) is het belangrijk dat slachtoffers zo snel mogelijk hulp krijgen, het beste is binnen één week.

In sommige regio's wordt medische, forensische en psychologische hulp versnipperd aangeboden en dat is volgens het CSG onwenselijk. Daarom is op vijf plaatsen in Nederland, waaronder in Utrecht, een Centrum Seksueel Geweld gevestigd waar politie, artsen, verpleegkundigen en hulpverleners samenwerken.

Eind 2015 moet er een landelijk netwerk zijn, zodat alle verkrachtingsslachtoffers op snelle hulp en onderzoek door experts kunnen rekenen. RTV Utrecht 11-5-2015