Kind in de sport blijft vogelvrij

Trainers en coaches die kwaad in de zin hebben met kinderen, hebben nog altijd vrij spel. De maatregelen die werden aangekondigd na de misbruikzaak rond zwemleraar Benno L. komen niet van de grond.

Diverse afspraken die sportkoepel NOC*NSF in 2011 aankondigde, werken 3 jaar later niet of nauwelijks, zo blijkt uit onderzoek van het AD. Een zwarte lijst van overtreders is nog steeds niet van de grond gekomen. Slechts 14 procent van de sportverenigingen is op de hoogte van de speciaal ingestelde vertrouwenscontactpersonen en een meldpunt voor Seksuele Intimidatie.

Evenmin maken sportverenigingen veel gebruik van de mogelijkheid gratis nieuwe (jeugd)trainers te laten screenen door het aanvragen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Slechts 1 op de 5 clubs heeft hierom gevraagd.

Iemand als de veroordeelde Benno L. zou zomaar weer aan de slag kunnen als niet naar een VOG wordt gevraagd, erkent zijn advocaat Pieter van der Kruijs: 'Mijn cliënt heeft een beroepsverbod om te werken met kinderen, maar geen verenigingsverbod. In theorie zou hij zelfs een eigen sportclub kunnen beginnen.

Maar die ambitie heeft hij niet.' Een meldpunt van NOC*NSF registreert jaarlijks 80 tot 100 gevallen van seksuele intimidatie. Dat aantal is slechts het topje van de ijsberg, zegt de sportkoepel. Alle 76 sportbonden ondertekenden in 2011 een blauwdruk van Sportkoepel NOC*NSF om misbruik in de sport tegen te gaan.

Het maakte de sport een van de voorlopers in de strijd tegen seksuele intimidatie. Hoogleraar Marjan Olfers, die controleert of sportbonden hun beleid op orde hebben, heeft kritiek op de manier waarop de bonden clubs informeren: 'Mijn vrees is dat het probleem op clubniveau niet wordt onderkend. Het ontbreekt nog aan simpele zaken zoals een praktische handleiding voor clubs. Er valt nog een wereld te winnen.' AD 22-1-2014