Misbruik door gebrek aan toezicht

‘Schokkend vaak' worden kinderen in jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen seksueel misbruikt, ontdekten wetenschappers van de Universiteit Leiden.

Het lijkt onvoorstelbaar. Kinderen die thuis zijn verwaarloosd of mishandeld en noodgedwongen uit huis geplaatst worden krijgen een veilige, nieuwe start beloofd. Maar in plaats daarvan komt een deel van het van de regen in de drup. Achter de muren van een jeugdzorginstelling of in een pleeggezin moeten ze tegen hun zin seksuele handelingen ondergaan.

Het gaat hierbij niet om een enkel ernstig incident. Het is een ‘alarmerend groot probleem', stellen Leidse onderzoekers, die hun onderzoek verrichtten in opdracht van de commissie Samson. Seksueel misbruik vindt in de jeugdzorg op een veel grotere schaal plaats dan bij kinderen die in hun eigen gezin opgroeien. "Het is verschrikkelijk, deze kinderen zijn al extra kwetsbaar", zegt Lenneke Alink, bijzonder hoogleraar kindermishandeling en -verwaarlozing.

"Wat een veilige haven moet zijn, is het vaak niet". In het eigen gezin wordt bijna een op de duizend (0,8) slachtoffer van seksueel misbruik. In pleeggezinnen is dat het dubbele: 1,7 op de duizend. Een stuk erger is de situatie in zogeheten residentiële jeugdzorginstellingen, waar meer dan vier op de duizend kinderen seksueel worden misbruikt. Die gevallen komen aan het licht door meldingen van groepsleiders.

Van alle kinderen die in pleeggezinnen of in jeugdzorginstellingen worden opgevangen, lopen de kinderen met een licht verstandelijke beperking het grootste gevaar om ten prooi te vallen aan een misbruiker. De onderzoekers spreken van een ‘ontoelaatbaar groot risico op misbruik' in deze groep. Volgens jeugdzorgprofessionals worden bijna toen op de duizend kinderen met een licht verstandelijke beperking seksueel misbruikt.

Waarschijnlijk geeft dit getal nog een te positief beeld en is het probleem groter, want veel slachtoffers trekken zelf niet aan de bal. De onderzoekers hebben hen vanwege hun beperking niet naar hun misbruikervaringen gevraagd, maar dat deden ze wel bij andere kinderen. Daaruit ontstond een grimmig beeld. Van de jongeren in de jeugdzorg zegt bijna twee op de tien kinderen tegen hun zin seksueel contact te hebben ervaren.

Alink: "Ze konden het misbruik anoniem bij ons melden, toch durfden veel jongeren de dader niet bij naam te noemen." Naar de reden waarom juist kinderen in pleeggezinnen en jeugdzorg worden misbruikt, is het nog gissen, geeft Alink aan. "Misschien omdat ze kwetsbaar zijn. Maar hun kwetsbaarheid is geen excuus. Het is juist een reden waarom ze goed beschermd moeten worden."Dat dit niet voldoende gebeurt, staat volgens Alink vast: "Het toezicht is onvoldoende."

Volgens de onderzoekers is de doorstroming van kinderen en opvoeders in de jeugdzorg groot. Hierdoor is weinig ruimte voor een stabiel netwerk van relaties met volwassenen en leeftijdsgenoten. Dat kan het risico op seksueel misbruik vergroten. De daders zijn overigens lang niet altijd verzorgers of leidinggevenden in de instellingen. Leeftijdsgenoten in de groep worden relatief vaak als pleger genoemd. De Gelderlander 2-5-2012