Teeven: levenslang toezicht ex-tbs’ers

Staatssecretaris Fred Teeven wil het mogelijk maken dat mensen die veroordeeld zijn voor ernstige gewelds- of zedenmisdrijven, in het uiterste geval levenslang onder toezicht kunnen worden gesteld om te voorkomen dat zij recidiveren.

Bij terugvalgedrag en dreigende recidive kan dan direct worden ingegrepen. Teeven heeft een wetsvoorstel voor advies naar verschillende instanties is gestuurd. Nu duurt de periode waarin de dwangverpleging onder voorwaarden beëindigd kan worden, maximaal negen jaar. Teeven schrapt die termijn.

Rechters kunnen het toezicht steeds jaarlijks of tweejaarlijks verlengen als blijkt dat de kans op recidive onvoldoende is afgenomen, zodat de reclassering tbs-gestelden langer kan volgen. Ook wordt langdurig en, indien noodzakelijk, levenslang toezicht mogelijk op ernstige gewelds- en zedendelinquenten bij wie herhaling van het misdrijf reëel is of belastend gedrag tegen slachtoffers of getuigen moet worden voorkomen.

Daarom kan de rechter straks gedragsbeïnvloedende voorwaarden en vrijheidsbeperkingen opleggen en beslist hij elke vijf jaar of de maatregel moet worden verlengd.  De totale duur is niet gebonden aan een maximum. Het gaat bijvoorbeeld om consumptieverbod van drugs of alcohol, een verplichte behandeling door een deskundige of zorginstelling, of een verbod om vrijwilligerswerk te verrichten.

Met het laatste wil Teeven voorkomen dat deze categorie delinquenten terechtkomt bij organisaties op het gebied van kinderverzorging en -opvang of van kwetsbare groepen, zoals ouderen of daklozen. Daarnaast is een gebiedsverbod of meldplicht mogelijk, maar ook een verhuisplicht of een vestigingsverbod voor een bepaald gebied. Bijvoorbeeld als het slachtoffer in de buurt van de dader woont.

Teeven wil dat als het gedrag van de veroordeelde dat vereist de proeftijd bij voorwaardelijke invrijheidsstelling in alle gevallen minimaal 1 jaar wordt en met maximaal 2 jaar kan worden verlengd. Zo kan er ook bij gevangenisstraffen korter dan 2 jaar beter gewerkt worden aan gedragsverandering met behulp van bijzondere voorwaarden.  Bron: Rijksoverheid 27-3-2012