Probleem misbruik bekend bij ordes en kerk

Rooms-katholieke ordes, congregaties en bisdommen wisten van het misbruik van minderjarigen in katholieke instellingen. Aandacht voor slachtoffers en een toereikende reactie bleef uit. Dat concludeerde de commissie-Deetman vrijdag. Volgens de commissie kwam dat doordat de Nederlandse kerkprovincie slecht georganiseerd en gesloten is.

Bovendien wilde de kerk schandaalvorming voorkomen, aldus Deetman. Daarom cultiveerde de kerk tot de jaren '60 een noodzaak van saamhorigheid en eendracht en een taboe op seksualiteit.

Tot de jaren '80 werd de problematiek rondom seksueel misbruik als taboe gezien, aldus de Deetman-commissie. Eind jaren '80 kwam het seksueel misbruik wel fors op de agenda bij de Nederlandse Bisschoppenconferentie maar kwam het volgens de commissie "ondanks de zeer ernstige problematiek niet tot een inhoudelijke bespreking ervan".

Aangifte doen behoorde niet tot het bestuurlijke repertoire, noch van de bisschoppen, noch van religieuze oversten. De commissie heeft de bisschoppen en religieuze oversten opgeroepen het toelaten en opleiden en begeleiden van toekomstige priesters op de priesteropleidingen en geestelijk kritisch tegen het licht te houden.

Ook moet het personeelsbeleid worden verbeterd en moet er meer onderling worden samengewerkt tussen religieuze instellingen. De commissie-Deetman heeft ongeveer 800 misbruikdaders weten te identificeren. De commissie kreeg ruim 2000 meldingen binnen, waarvan bijna 1800 over seksueel misbruik gingen.

De mensen die de commissie wist te herleiden waren of zijn werkzaam in bisdommen, congregaties en ordes. Ten minste 105 van hen zijn nog in leven. Hoeveel van hen nog in functie zijn, kon de commissie niet zeggen. In een toelichting op het rapport zei oud-minister Wim Deetman (CDA), voorzitter van de commissie, dat er veel meer daders zijn. „Tegen de 1000".

De onderzoekscommissie heeft echter niet alle daders weten te achterhalen. De kans op ongewenste seksuele benadering was voor minderjarigen in een instelling twee keer zo groot als het landelijk gemiddelde van 9,7 procent.

Daarbij is geen verschil tussen instellingen met en zonder rooms-katholieke achtergrond. De commissie schat dat enkele tienduizenden minderjarigen in de afgelopen decennia te maken hadden met grensoverschrijdend seksueel gedrag. Dit aantal wijkt nauwelijks af van misbruikcijfers onder niet-katholieken in Nederland.

Het verplichte celibaat in de Rooms-Katholieke Kerk is geen cruciale factor, maar maakt het risico op seksueel misbruik wel groter. Volgens de commissie maakt die verplichting onder meer priesters kwetsbaar voor grensoverschrijdend gedrag.

De commissie denkt dat diegenen die, vaak in hun tienerjaren, besloten priester te worden niet voldoende beseften waar ze aan begonnen. De archieven van bisdommen, congregaties en ordes zijn niet geschoond voordat de commissie-Deetman de kans kreeg om in de archieven te duiken. Van systematische vernietiging is geen sprake geweest.

De commissie -Deetman wil dat de aanpak tegen seksueel misbruik en geweld tegen minderjarigen centraal wordt geregisseerd door de overheid. Brabants Dagblad 16-12-2011