Netwerk rond zedendelinquent

Een netwerk van vrijwilligers moet voorkomen dat veroordeelde zedendelinquenten weer terug vallen in hun oude gedrag.

Een controversieel  project, maar in Canada en Engeland is het succes al bewezen.  En ook in ons land lijkt het te werken. Na twee jaar is nog geen pedoseksueel die hieraan meedoet gerecidiveerd. Vrijwilligerster Anke (66):  : In het begin dacht ik slapeloze nachten te zullen hebben, maar twijfel is weg. Hij pikte dingen op, ik heb gezien dat het kan werken."

Gewone burgers die op bezoek gaan bij een zedendelinquent die zijn straf heeft uitgezeten, dat is het idee van de COSA-cirkels, cirkels voor ondersteuning, samenwerking en aanspreekbaarheid. Bas Vogelvang, lector Reclassering aan de Avans Hogeschool, startte het project in Nederland, in samenwerking met Reclassering Nederland en het ministerie van Justitie.

"In Canada is gebleken dat de kans dat een zedendelinquent terugvalt, met 80 procent is verminderd wanneer hij in een cirkel heeft gezeten. Bovendien was de recidive die optrad, minder ernstig, bijvoorbeeld internetmisbruik in plaats van zedenmisbruik. In Engeland zijn slechts enkelen van de daders uit 150 cirkels gerecidiveerd en ook in die gevallen was het misbruik minder ernstig. Bovendien zijn er voorbeelden van vrijwilligers die aan de bel trokken, zodat een dader opgenomen werd in een instelling en slachtoffers konden voorkomen.

Over het succes in ons land kunnen we nog geen harde uitspraken doen, na minimaal vijf jaar kun je pas echt iets zeggen over de effectiviteit. Maar tot nu ton is er nog geen kernlid, zoals we daders in de cirkels noemen, in Nederland gerecidiveerd." Een paar vrijwilligers zijn gestopt, weet Vogelvang. "Maar over het algemeen zie je dat cirkels belangrijk worden in het leven van vrijwilligers. Soms ontstaan er vriendengroepen, soms blijft het vooral functioneel.

De vrijwilligers zijn allemaal sterke karakters: ze willen zelf iets doen, denken: ‘dit pik ik niet'. Dat is goed, we moeten uitkijken met vrienden worden, de voelsprieten moeten aanblijven. Sommige vrijwilligers bouwen ook vriendschappelijke relaties op met de kernleden, maar dat is zeker niet het doel. Het gaat om steun, monitoren en het bevorderen van zelfhandhaving. Vertrouwelijkheid is wel belangrijk, omdat een dader alles moet vertellen over wat hem bezighoudt, er mogen geen geheimen zijn binnen de cirkel." Vrijwilligster Anke, is zeker geen vrienden geworden met ‘haar' kernlid. "Ik doen mee om slachtoffers te voorkomen en ik zal nooit vrienden worden.

Wel ben ik betrokken bij zo iemand, je hoopt dat het goed met hem gaat. Ik vind het belangrijk om mijn vrijwilligerswerk en privéleven te scheiden. Reclassering Nederland raadt ook aan om niet te persoonlijk te worden, je weet namelijk nooit hoe een situatie uit de hand kan lopen".  De eerste cirkel waar Anke aan deelnam, is inmiddels gesloten omdat het kernlid zijn eigen sociale netwerk heeft opgebouwd dat de cirkel moet vervangen. De zedendelinquent blijft contact houden met één van de vrijwilligers, de mentor. De rest van de cirkel is alleen nog op afroep beschikbaar.

Angst heeft Anke nooit gekend voor de man die kinderen misbruikte via internet. "Ik heb kinderen en kleinkinderen maar ik ben niet bang dat hen iets overkomt. Hij kwam ook nooit bij ons thuis. We spraken bij hem thuis af of als het mooi weer was op een terras of in het park." Van ‘buddy' zijn is geen sprake, benadrukt Bas Vogelvang die als lector van de Avans Hogeschool het project in Nederland startte. " Onze missie is: geen nieuwe slachtoffers. Dat moet ook de belangrijkste motivatie zijn van de vrijwilligers, belangrijker dan een dader willen helpen te herintegreren. Diezelfde  behoefte moet er zijn bij de dader: ‘een terugval wil ik niet meer.

"Vrijwilligers spreken de daders ook aan op hun gedrag. Anke: we bespraken de problemen die hij had op zijn werk of in zijn vriendenkring. Hoe kon hij dat aanpakken? Alle vrijwilligers gaven daar hun kijk op en na een paar weken zagen we dan dat hij een eigen oplossing had gevonden. Vaak een mix van onze adviezen, maar daar deed hij wel wat mee." Dat gaf voor Anke de doorslag om mee te doen aan een tweede cirkel, waar ze sinds een maand in zit. "Ik leer er veel van en vind het leuk om in een heel nieuwe groep mensen te komen. De vier vrijwilligers rond een kernlid zijn vaak heel verschillend. Man, vrouw, jong en oud. Dat werkt, denk ik goed, we vullen elkaar aan."

Vogelvang stuitte in eerste instantie op veel onbegrip. "Waarom niet gewoon opsluiten, vragen mensen zich af? Maar in meer dan 90 procent van de gevallen komt de zedendelinquent weer op vrije voeten, dan kun je maar beter nieuwe slachtoffers buiten voorkomen. De kritiek is ook dat alle aandacht nu naar de daders gaat. Maar het is niet zo dat er daardoor minder geld gaat naar slachtoffers. En je helpt hier inderdaad de oude slachtoffers niet mee, maar de toekomstige wel. Bovendien blijkt uit de gesprekken met slachtoffers, dat zij vooral veiligheid belangrijk vinden, ‘het mag mij niet nog eens overkomen en mijn kinderen ook niet'.

En ze willen dat de dader wordt gestraft op zo'n manier dat zij als slachtoffer hun respect terug krijgen. Opsluiten en dan de sleutel weggooien heeft dan weinig zin, een dader moet duidelijk uitspreken dat hij verkeerd zat." Inmiddels zijn naast de regio Den Bosch, ook de regio's Breda/Middelburg, Rotterdam/Dordrecht en Den Haag met het project bezig. Eind dit jaar moeten er zo'n 20 cirkels in ons land zijn. De Telegraaf 5-9-2011