Op de vlucht voor je vrouw

Een proef met speciale opvangplekken voor mannen wordt verlengd. Dat mag geen verrassing zijn: ondanks het taboe is de vraag naar een veilige plek groot.

‘Ze pakte een mes en wilde me doodsteken. Ik ben de wc ingevlucht en heb daar gewacht tot de politie kwam.' Nordin staart voor zich uit. Hij ziet er verzorgd uit. Netjes gekapt en geschoren, een klassiek bruin horloge aan de linkerpols en een zilveren ring met inscripties aan de rechter ringvinger. Het vrolijke ruitjesoverhemd dat hij draagt staat in schril contrast met de droevige blik in zijn donkere ogen.

‘Haar vader kende mijn oom. Er werd een voorstel gedaan: jouw neef trouwt met mijn dochter. Zij kwam uit het Rifgebergte, ik uit Rabat. Het was zo geregeld.' Nordin en zijn vrouw verhuizen in december 2009 naar Nederland. ‘Ik had het idee van: ik ben getrouwd en ga nu door met mijn leven. Een toekomst opbouwen, naar school om de taal te leren en dan aan het werk.'

Zijn vrouw denkt daar echter heel anders over. ‘Zij zag mij puur als een bron van inkomsten. Ik moest werken, het geld inleveren en verder mijn mond houden. Als ik er wat van zei, werd ik door haar of haar familie bedreigd of in elkaar geslagen. ‘Ik heb je natuurlijk niet voor niets naar Nederland gehaald. Ik heb je gehaald omdat je voor me kan werken', zei ze dan.' Na de laatste doodsbedreiging - met het mes - is Nordin de wanhoop nabij.

Hij wordt weggehaald door de politie en woont een tijdje bij zijn zus. Maar daar kan hij niet blijven. Een middagje zoeken op het internet brengt uitkomst. Hij komt uit bij Stichting Wende, een soort blijf-van-mijn-lijfhuis, maar dan voor mannen. Door het hele land zijn er vier opvanghuizen voor mannen: in Utrecht, Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. Alle vestigingen bieden onderdak voor 10 mannen. Alle zijn ze continu goed bezet.

Gisteren werd bekend dat de proef met de mannenopvang in de vier grote steden wordt verlengd tot eind 2012. Daartoe besloot staatssecretaris Marlies Veldhuizen van Zanten-Hyllner van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In de afgelopen tweeënhalf jaar hebben de huizen bijna 200 slachtoffers van geweld opgevangen. In de meeste gevallen gaat het om slachtoffers van huiselijk geweld of mensenhandel. De opvang heeft twee doelen.

Het belangrijkste is om de mannen een veilige plek te bieden, weg van de ellende die ze achter zich proberen te laten. Maar na die veiligheid is het zaak dat de bewoners zo snel mogelijk op hun eigen benen komen te staan. Allemaal krijgen ze hun eigen hulpverlener en zijn er continu begeleiders in het huis die de mannen helpen met allerlei praktische zaken. Sommigen kunnen bij binnenkomst niet eens een ei voor zichzelf bakken.

Van de 677 mannen die zich tussen 1 juli 2008 en 31 december 2010 hebben aangemeld, zijn er 182 na beoordeling opgevangen. De mannen hebben verschillende achtergronden en problemen. De meerderheid is tussen de 19 en 55 jaar. Meer dan de helft is van Nederlandse komaf, daarna komen er veel Marokkanen, Turken en Chinezen. Het huis waar Nordin verblijft bood de afgelopen jaren onderdak aan onder andere een bejaarde man die door zijn vrouw een pan kokend water over zich heen kreeg gegooid, een jongen en een meisje op de vlucht voor haar loverboy of een groep Indonesiërs die werden ‘verkocht' in Nederland.

‘Mensen doen er in eerste instantie altijd heel erg lacherig over, mannen die door hun vrouwen worden geslagen', zegt Isabel, hulpverlener van Stichting Wende, ‘maar het is wel degelijk een probleem dat meer aandacht verdient.' De zon schijnt volop. In niets doet het huis vandaag denken aan een plek waar mishandelde of misbruikte mannen hun toevlucht zoeken. De sfeer heeft eerder iets weg van een backpackers-hostel. In de entreehal staat in zeven verschillende talen het woord ‘welkom' op de muur geschreven.

Een oude Chinese meneer sjokt op zijn sloffen de trap af, door de open deuren van de woonkamer richting de tuin schijnt het zonlicht op een grote eettafel, een prikbord met herinneringen aan de verschillende thuislanden siert de muur van het kleine keukentje. In de tuin spelen twee bewoners een potje tafeltennis. De alom aanwezige beveiligingscamera's, stalen deuren en veiligheidsglas verraden echter dat de bewoners hier niet voor hun lol zitten.

Elke verdieping van het huis heeft haar eigen keuken, waar de mannen hun eigen eten klaarmaken. Soms eten ze samen, bijvoorbeeld als er halal gekookt moet worden. Het onderlinge contact tussen de mannen noemt Nordin prettig. ‘Ik voel me goed bij deze mensen hier. Als ik me niet goed voel, of niet wil praten, dan komt er toch wel altijd iemand die zegt van: probeer niet altijd zo negatief te denken, probeer een beetje positief te denken.

Ze proberen je een beetje uit je isolement te halen en dat voelt wel fijn.' Hoewel het prachtig weer is, blijft Nordin liever binnen. ‘Ik heb nog niet verwerkt wat er allemaal gebeurd is. Ik geloof het nog allemaal niet, het moet nog doordringen. Ik voel me ook niet zo goed van binnen, een beetje somber. Dus ik kan ook niet echt van het mooie weer genieten.' De namen van Nordin en Isabel zijn gefingeerd. De Pers 15-8-2011.