’Je billen zijn van jou’

De Amsterdamse ontuchtzaak en de berichtenstroom die daarop volgde over misbruik op andere kinderdagverblijven en scholen, roepen veel vragen op bij ouders. Hoe kom je erachter dat je kind iets is overkomen en hoe praat je met kleuters over 'kinderlokkers'?

Deskundigen benadrukken het belang van seksuele opvoeding.'Leer een kind dat niemand aan je lichaam mag zitten als je dat niet wilt'. Melanie Meijer, huisarts in opleiding met seksueel misbruik als aandachtsgebied, maakt zich al jaren sterk voor seksuele opvoeding. Samen met GZ-psychologe Iva Bicanic schreef ze een serie boekjes over dit thema, waarvan het laatste deel, 'Nee zeggen mag', onlangs uitkwam.

Meijer: „Toen we met ons eerste boekje begonnen, waren er verder nog geen prentenboeken voor jonge kinderen waar een kind in zijn blootje stond afgebeeld. Terwijl genderidentificatie, de ontdekking dat je een jongen of meisje bent, juist plaatsvindt tussen twee en vier jaar. Ook op het consultatiebureau wordt niet over seksuele opvoeding gesproken. Terwijl babyjongetjes al aan hun piemel kunnen zitten. Ouders kunnen hiervan schrikken en zonder iets te zeggen het handje wegslaan.

Maar dan wordt het een taboe. En kinderen voelen haarscherp aan waar niet over gepraat mag worden. Geslachtsdelen moet je daarom benoemen. 'Je piemel en je billen zijn van jou, daar mag niemand aankomen'. Veel ouders bedenken zelf namen voor geslachtsdelen, zoals pielemuis, fluitje, vlek of voorbillen. Dat is raar, oren noem je toch ook geen flapjes of luisterdoosjes? Noem de geslachtsdelen van een jongen piemel, plasser of penis en van een meisje spleetje, plasser of vagina.

Pas als een kind weet hoe alles heet, kan het er de baas over zijn." Positieve benadering is belangrijk: als kind mag je 'nee' zeggen als je geen kusje wil geven aan die tante of niet op schoot wil zitten bij die buurman. Seksuele opvoeding kan toch kindermisbruik helaas niet voorkomen, zegt Meijer. „Volwassenen kunnen heel overtuigend zijn en over de grenzen van het kind gaan, vooral bij jonge kinderen die nog geen 'nee' kunnen zeggen.

Bovendien gaat het meestal niet om vreemden, maar om bekenden. Maar praat er in ieder geval over. Geef kinderen woorden en een open klimaat. Thuis en in de klas." De Telegraaf 31-1-2011