Alleen cyberoorlog kan kinderporno stoppen

De dader krijgt gruwelijke straffen toegewenst, politici eisen een sterkere greep van de autoriteiten op het internet. Dat klinkt flink, maar is ver naast de realiteit. Alleen een cyberoorlog kan kinderporno stoppen.

De wereld van de handel in kinderporno is grotendeels in handen van zeer bekwame Oost-Europese en Russische criminelen. Het overgrote deel van de kinderporno die wordt gemaakt is huisvlijt. Het zijn vooral fanatieke vaders, soms moeders, leraren en babysitters, die de daadwerkelijke productie ter hand nemen. Zij doen dit voor de kick en erkenning. Kinderpornoseries worden gepubliceerd met vermelding van hun schuilnaam en daarbij worden ze aangemoedigd door een grote groep die alleen maar consumeert, zogenaamde 'lurkers'.

Dit gebeurt op moeilijk toegankelijke fora wereldwijd. Je mag er pas op als je nieuwe kinderporno inbrengt. Overal ter wereld komt de politie dezelfde, soms jarenoude, series tegen. Deze gestoorde ouders en pedofielen zullen er altijd zijn. Of we dat nu leuk vinden of niet. Criminele netwerken verzamelen deze series om te verhandelen. Niet voor de reputatie, maar voor keiharde dollars en euro's. In Oost-Europa en Rusland, waar het meest wordt verdiend aan de handel in kinderporno, is porno überhaupt illegaal.

Op de in 2000 opgerichte Russische marktplaats voor pornografie, Darkmasters, maakte het dus niet uit wat en waarom je het verhandelde, als het maar veel opbracht. Kinderporno brengt het meest op. In de wetteloze Jeltsin jaren hield men moeiteloos websites in de lucht met daarop verboden materiaal dat wereldwijd te benaderen was. De Wit-Russen, die experts zijn in transacties via internet, leverden de betalingssystemen, buiten de greep van internationale verdragen. Pas jaren later kwam er internationale druk waarop die sites verdwenen. De netwerken die zich op Darkmasters hadden georganiseerd waren inmiddels geoefend genoeg om zich daar niets van aan te trekken.

De crème-de-la-crème van creditcardfraudeurs (carders), hackers, systeembeheerders, spammers en dubieuze bankiers verenigden zich en ontstegen daarmee de kunde en slagkracht van opsporingsinstanties. En zeker die van politici en ambtenaren, die uiteindelijk de maatregelen tegen deze handel moeten formuleren. Deze netwerken zijn decentraal. De creditcardfraudeur kent de systeembeheerder niet, die op zijn beurt niet precies weet wat hij verbergt en voor wie hij het doet. En deze staat weer los van de spammer die de kinderporno wereldwijd promoot.

Met valse identiteiten en creditcards kopen deze criminelen serverruimte over de hele wereld. Op de servers beveiligen, encrypten, ze al het verkeer en de informatie die er op staat, zodat alleen een betalende klant toegang krijgt tot de inhoud. Daarvoor is deze 'klant' via allerlei servers al de halve wereld over geweest en compleet anoniem bij de uiteindelijke bron terecht gekomen. Op geen van deze servers wordt een log bijgehouden, het pad hoe hij is gekomen valt niet te traceren. Per tien minuten veranderen deze servers van adres en locatie en wissen zichzelf even vaak om daarna 'schoon' weer opgebouwd te worden.

Soms duizenden kilometers verderop. Aan weinig tot niets van de activiteit van één enkele server is te zien wat het uiteindelijke kwaadaardige doel van het internetverkeer is. Er moet wel betaald worden natuurlijk. Of de criminele toppers hebben zelf een bank, of ze gebruiken een bank die het niet uitmaakt waar het geld vandaan komt. Deze banken bevinden zich grotendeels in de Baltische staten en Israël. Er is wel eens een bank die zich bedenkt, maar met genoeg kapitaal is er altijd wel een andere bank te vinden.

Deze banken geven vervolgens creditcards uit waarmee wereldwijd en ongelimiteerd geld op te nemen is. Ook weer decentraal, zodat het in stukken bij de baas komt, vaak keurig witgewassen. Tegen deze hoogstaande technische kennis en internationale organisatie is moeilijk een vuist te maken. Al is het alleen maar door de vele landen en autoriteiten die er bij betrokken zijn. Het kost tijd om een daadkrachtige samenwerking op te zetten. Zo blijven de criminelen de gevestigde orde vaak meer dan een stap voor. Wanneer democratieën al het internetverkeer van hun burgers gaan monitoren, treft dit de gangsters niet. In deze virtuele strijd zouden overheden de criminelen moeten bestrijden met dezelfde middelen.

Servers vernielen met hackers die dezelfde kracht hebben, onwelwillende banken lam leggen of beroven, desnoods overheden van landen waar de criminelen huizen dwarszitten of saboteren. Cyberoorlog. In oorlog kom je op voor de vrijheden van je eigen burgers ten koste van degenen die deze vrijheid misbruiken. Het hek moet om de gangsters, niet om ons. De Gelderlander 16-12-2010