Proef met zedenplegers fors uitgebreid

Een proef in zeventien gemeenten om de terugkeer van zeden- en geweldsplegers in de woonomgeving beter te laten verlopen, wordt uitgebreid naar vijftig gemeenten. Daar zijn grote gemeenten bij, waardoor de proef de halve bevolking beslaat.

Dat heeft minister Ernst Hirsch Ballin van Jusititie woensdag gezegd na afloop van een conferentie over het onderwerp in Den Haag. De burgemeesters van de bij de proef betrokken gemeenten krijgen informatie over de veroordeelde wanneer die terugkeert. Ze kunnen dan eventuele problemen met de openbare orde mogelijk iets gemakkelijker beteugelen. Vooral de terugkeer van pedoseksuelen in een buurt levert daar vaak veel emoties op.

De wisselwerking tussen dader en omgeving kan lokaal het beste worden ingeschat. Op plaatselijk niveau is beter na te gaan of de dader weer in zijn oude huis terug kan of dat het maar beter is dat hij verhuist, onder meer met het oog op door slachtoffers ongewenste confrontaties. De bedoeling is dat informatie in 2012 aan alle burgemeesters wordt verstrekt. Intussen wordt er gewerkt aan een wettelijke regeling over de behandeling van de persoonsgegevens van de veroordeelden.

Volgens Hirsch Ballin is er al veel gedaan om de terugkeer van delinquenten te verbeteren. „We beginnen niet vanaf nul." Zo kan een voorwaardelijke veroordeling inmiddels wel tien jaar duren, tegen vroeger drie. Ook zijn er meer mogelijkheden op het gebied van verplichte behandeling, contactverboden en (elektronisch) toezicht. Daarbij kunnen burgemeesters sinds 1 september preventief ingrijpen op basis van de zogenoemde 'voetbalwet' tegen overlast. Die maakt ook wijkverboden mogelijk. De Telegraaf 15-9-2010.