Persberichten

In dit gedeelte vind u persberichten over seksuele misdrijven.

Sexting via Snapchat is niet veilig

Jongeren sturen seksueel getinte foto's via Snapchat en denken dat het veilig is.

Lees meer...

Online afpersing met naaktfoto's flink toegenomen

Het aantal meldingen van sextortion, online afpersing met behulp van naaktbeelden, is vorig jaar met 18 procent gestegen.

Lees meer...

Virtuele verkrachting is wel degelijk strafbaar

Virtueel aangerand of zelfs verkracht worden. Er wordt weinig bij stilgestaan en het wordt al gauw afgedaan als aanstellerij. Het is echter wel degelijk strafbaar.

Lees meer...

Onschuldig en toch voor het leven gestraft

Onterecht verdachten worden aan hun lot overgelaten nadat ze zijn vrijgelaten.

Greult de Haan was één van hen, na onterechte beschuldigingen van een zedenmisdrijf. ,,Niemand keek naar mij om, terwijl die ervaring mijn leven verwoestte."

Een niet ondertekend, automatisch uitgedraaid briefje waarin de officier van justitie hem meedeelt de strafzaak te seponeren. Omdat 'u ten onrechte als verdachte bent aangemerkt'. Deze korte mededeling staat in schril contrast met de enorme impact die de periode als verdachte op zijn leven heeft gehad.

Er zijn drie jaar voorbij, maar voor Greult de Haan (72) uit Beekbergen duurt de nachtmerrie voort. ,,Volgens mijn cardiologen ben ik mede door de voortdurende stress een zware hartpatiënt geworden. Ik heb de laatste paar jaar vier hartaanvallen gehad", vertelt De Haan, gezeten in de serre van zijn villa in de bossen bij Beekbergen.

Zijn goedlopende bedrijf in ozon technologie kon hij niet langer leiden en moest hij noodgedwongen verkopen. Zijn nachtmerrie begint in 2012, als er aangifte tegen hem wordt gedaan. Hij zou zijn kleinzoon hebben misbruikt. Het enige 'bewijs' daarvoor is een tegenstrijdig en warrig verhaal dat het (toen vijfjarige) jongetje aan een kinderpsycholoog heeft verteld.

In 2012 wordt hij op het politiebureau in Zutphen op de hoogte gesteld van de verdenking. Lang blijft het stil, tot hij een jaar later een brief ontvangt van het Openbaar Ministerie dat hij zich op het bureau in Apeldoorn moet melden als verdachte in een ernstige zedenzaak. Doet hij dat niet, dan komt een arrestatieteam hem van zijn bed lichten.

,,Mijn leven stond in een klap volledig op zijn kop", zegt De Haan. ,,Ik wist dat ik onschuldig was, maar ieder moment denk je eraan. Je hele doen en laten wordt er door beheerst. Van zo'n verdenking raak je fysiek en emotioneel uitgeput. Je raakt jezelf kwijt." Op het politiebureau wordt hij officieel in hechtenis genomen.

Hij moet zijn persoonlijke bezittingen afstaan, wordt gefouilleerd en moet een 'boevenpak' aan. ,,Toen ik in de cel zat, raakte ik bijna in paniek. Je eigenwaarde gaat eraan. Ik ben een eerzaam burger, altijd geweest. Heb zelfs een koninklijke onderscheiding. En dan gooien ze je in de cel alsof je een zware crimineel bent."

Begrijp mij niet verkeerd, stelt hij: als er mogelijk sprake is van misbruik van een kind moet dat tot op de bodem worden uitgezocht. ,,Maar in mijn geval was er helemaal geen bewijs en tóch werd ik in de cel gezet. Mensonterend, het voelde als een grote vernedering." Door twee rechercheurs wordt hij een dag lang ondervraagd.

Over zijn seksleven, over hoe hij naar kleine kinderen kijkt, of hij naakt slaapt. ,,Zo'n verhoor maakt grote indruk. Voor je gevoel hebben ze je al veroordeeld, ze drukken je subtiel in een hoekje in de hoop dat je tegenstrijdig reageert, of dat je je verspreekt." Als De Haan als verdachte is verhoord, mag hij gaan.

Maandenlang hoort hij niets van het OM. ,,Die periode was verschrikkelijk. Ik voelde me oneerlijk behandeld, had het gevoel dat de politie me niet geloofde. Ik werkte en woonde in een kleine plaats en had het gevoel dat de mensen het wisten, achter mijn rug om over me spraken. Je voelt je machteloos."

Acht maanden later wordt er een brief bezorgd. Van het OM. De officier van justitie seponeert de zaak. Niet vanwege gebrek aan bewijs, maar - zo valt in de brief te lezen - omdat hij ten onrechte als verdachte is beschouwd. ,,Eerst was ik opgelucht, maar al snel overheerst het verdriet en de boosheid.

De impact van zo'n verdenking is enorm, mijn leven is gedeeltelijk verwoest. En het enige dat je krijgt is een lullig briefje. Daarmee is het klaar." Zelf had De Haan behoefte aan een gesprek. Om de voor hem vernederende ervaring te begrijpen en een plek te geven. Daarom brengt hij zijn verhaal naar buiten.

"Duizenden mensen overkomt dit. Maar wie helpt hen als ze onschuldig zijn? Je bent volledig de weg kwijt, maar van nazorg is geen sprake. Wat mij betreft heeft de overheid een minimale zorgplicht. Al is het een gesprek met een deskundige waarin besproken wordt hoe je verder kunt. Nu word je op straat gezet en moet je je maar redden." AD 20-12-2016

 

'Vergeten groep'
Burgers die in voorlopige hechtenis hebben gezeten, maar onschuldig bleken, worden in Nederland aan hun lot overgelaten en verdienen betere nazorg en begeleiding, stelt het CDA. De partij spreekt van een 'vergeten groep'.

"Er is de afgelopen jaren weinig verbeterd in de wijze waarop qua nazorg met onterecht vastgezette burgers wordt omgegaan", zegt Kamerlid Madeleine van Toorenburg. Vorig jaar zaten ruim zesduizend verdachten onterecht in voorlopige hechtenis.

Het aantal schadevergoedingen aan mensen die onterecht als verdachte in hechtenis hebben gezeten is sinds 2004 verviervoudigd. Rechters kenden in 2015 bijna 17.600 keer een schadevergoeding toe aan ex-verdachten. Het gemiddelde toegekende bedrag bedraagt 1.584 euro. In totaal werd in 2015 bijna 28 miljoen euro aan vergoedingen toegekend.

'Helft kindermisbruikers krijgt geen gevangenisstraf'

Bijna de helft (43 procent) van de volwassenen die een kind ernstig seksueel misbruikt, krijgt geen gevangenisstraf.

Lees meer...

Steeds vaker geen aangifte na misdrijf

De politie loopt jaarlijks honderdduizenden aangiftes mis, omdat slachtoffers van misdrijven niet naar de politie stappen.

Ze denken dat er toch niets met hun aangifte gebeurt. Politie en justitie stellen al jaren dat Nederland veiliger wordt, omdat er steeds minder aangiftes binnenkomen. Maar uit een recent verschenen stuk van het ministerie van Veiligheid en Justitie blijkt dat die daling deels is te wijten aan aangiftemoeheid onder burgers.

In het stuk staat dat de aangiftebereidheid de laatste tien jaar spectaculair is gedaald: 'Als deze in 2014 op het niveau van 2005 had gelegen, zou de politie circa 300.000 aangiftes meer hebben ontvangen.' Vorig jaar registreerde de politie 1 miljoen misdrijven, terwijl dat er in 2005 nog ruim 1,3 miljoen waren.

,,Dit bewijst dat Nederland helemaal niet veiliger wordt", stelt Gerrit van de Kamp, voorzitter van politievakbond ACP. ,,Ik ben de goednieuwsshow van justitie zat. Het is schokkend dat honderdduizenden Nederlanders geen aangifte meer doen van strafbare feiten."

Ook Slachtofferhulp Nederland is bezorgd. ,,Zonder aangifte start de politie geen onderzoek, behalve bij huiselijk geweld", zegt woordvoerder Eline Buijs. ,,Daders kunnen dan niet gepakt en gestraft worden." Uit slachtofferenquêtes van het CBS blijkt dat vorig jaar van 27 procent van de misdrijven aangifte werd gedaan bij de politie.

Tien jaar eerder was dat nog 35 procent. Vooral van vandalisme en bedreiging wordt tegenwoordig nauwelijks nog aangifte gedaan. Van de Kamp schrijft de daling van de aangiftebereidheid onder meer toe aan de sluiting van tweehonderd politiebureaus.

,,Sinds de start van de Nationale Politie is de afstand tussen burgers en politie groter geworden. Het ministerie van Veiligheid en Justitie bevestigt de zorgen over aangiftemoeheid. Deze zomer wordt een onderzoek afgerond naar de oorzaken van de dalende aangiftebereidheid, zegt een woordvoerder.

Ambtenaren van het ministerie schrijven dat 'veel mensen met een lage opleiding, lage sociale status en korte aanwezigheid in Nederland niet goed de weg weten naar de instanties en instituties van het recht'. Uit de slachtofferenquêtes komt naar voren dat mensen twijfelen of de politie wel actie onderneemt. 'De aangifte wordt toch opzij gelegd', en 'we horen er nooit meer iets over', zijn veelgehoorde reacties. AD 21-7-2016

'Rechercheurs niet goed in onderscheid echte en valse zedenaangifte'

Zedenrechercheurs zijn niet goed in het onderscheiden van echte en valse zedenaangiftes. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Maastricht en de Vrije Universiteit.

Volgens onderzoeker André De Zutter denkt de politie ten onrechte veel kennis te hebben, maar blijken ze in praktijk niet beter dan leken. 'Het beoordelen van een zedenaangifte is nattevingerwerk.' Hij deed afgelopen jaren samen met rechtspsychologen Robert Horselenberg en Peter van Koppen verschillende onderzoeken naar echte en valse zedenaangiftes, en bestudeerde daarvoor bijna driehonderd verkrachtingsdossiers.

Vergeleken met andere misdrijven komen onterechte zedenaangiftes vaak voor. Volgens de onderzoekers is gemiddeld 1,2 procent van de aangiftes vals, bij seksueel misbruik gaat het om 5 procent. Om sneller en beter een onderscheid te kunnen maken, ontwikkelden De Zutter en zijn collega's een 'meetinstrument' aan de hand van kenmerken van waargebeurde en verzonnen verkrachtingsverhalen.

'Sinds kort wordt deze meetmethode door de Franse politie gebruikt.' De Zutter onderzocht ook hoe goed Nederlandse rechercheurs in staat zijn het onderscheid te maken. Hij vroeg twintig zedenrechercheurs vijf willekeurige aangiftes te beoordelen op echtheid. Een deel van de aangiftes was aantoonbaar vals, van een ander deel was bewezen dat ze echt waren.

Dezelfde vraag stelde hij aan studenten van de Politieacademie die al een cursus over aangiftes hadden gevolgd, en aan willekeurige Maastrichtse studenten die niets van het onderwerp afwisten. Alle drie de groepen scoorden hetzelfde: ze beoordeelden de helft van de zaken goed. 'Je kunt net zo goed een muntje opgooien als je iets wilt zeggen over de uitslag. Dat is zorgelijk.

Uiteindelijk wordt een zaak op basis van het hele onderzoeksdossier beoordeeld, maar een aangifte is een belangrijk eerste moment.' Maar, voegt hij toe, 'je kunt het zedenrechercheurs ook niet echt kwalijk nemen, de scholing die ze krijgen op de Politieacademie heeft geen wetenschappelijke basis.'

De Politieacademie zegt het onderzoek niet te kennen. De Zutter zegt echter dat er wel contact is geweest met het opleidingsinstituut voor agenten. Een woordvoerder van de Politieacademie noemt de stelling van De Zutter 'interessant', en hij wijst erop dat de onderwijstrajecten 'geaccrediteerd en gevalideerd' zijn. 'Maar we proberen zo actueel mogelijk te zijn. Via onze lectoraten en op basis van wetenschappelijk onderzoek voeden we dat onderwijs steeds naar de nieuwste inzichten.'

De onderzoekers geven toe dat de onderzoeksgroep klein is, en dat de uitkomst van een onderzoek onder meer rechercheurs een ander beeld kan opleveren. Maar, schrijven ze in hun onderzoek, 'we hadden veel moeite om medewerking te krijgen van de politie. Slechts in twee regio's was men hiertoe bereid.'

Volgens de Nationale Politie zijn er ruim 800 gespecialiseerde zedenrechercheurs. De politie zegt zich niet in het onderzoek te herkennen. 'Pas gedurende of na afloop van het rechercheonderzoek dat op de aangifte volgt, kan worden beoordeeld of een aangifte vals is of onjuistheden bevat', stelt een woordvoerder.

'In geval van twijfel kan een zaak ook worden voorgelegd aan het Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken van de politie: daarin zitten allerlei soorten experts, zoals externe wetenschappers en zedenrechercheurs. Als slachtoffers een valse of onjuiste aangifte doen, bijvoorbeeld om iemand te beschermen of om te verhullen dat ze zelf ergens zijn geweest waar ze niet mochten komen van hun ouders, dan komen rechercheurs daar gaandeweg het onderzoek veelal achter.'

Dat justitie soms blundert bij de beoordeling van zedenzaken blijkt ook uit de strafzaak tegen Cornelis H. Vrijdag moet hij voor de rechter verschijnen. Hij wordt onder meer verdacht van de verkrachting van José in 1998 in Utrecht. Lange tijd had haar zaak het stempel 'onopgelost'. In 2015 vroeg het slachtoffer opnieuw aandacht voor haar zaak. Toen bleek dat grote delen van haar dossier waren verdwenen.

En dat niet alleen: in 2010 was de verdachte al in beeld na een match in de DNA-databank. Hiervan was José echter nooit op de hoogte gesteld. Inmiddels heeft de Utrechtse hoofdofficier haar excuses gemaakt. De Volkskrant 2-6-2016

'Grote stijging hulpvragen huiselijk geweld'

In de eerste vier maanden van dit jaar hebben opvallend veel mensen hulp gezocht vanwege huiselijk geweld.

Volgens de organisatie die hulp en advies biedt bij psychische en sociale problemen is het aantal aanvragen ten opzichte van 2015 met 41 procent gestegen. Het ging vooral om mishandeling van kinderen (48 procent) en door een partner (46 procent).

De hulpverleners horen volgens Korrelatie vaak dat mensen niet weten waar ze huiselijk geweld kunnen melden. Ook bellen mensen steeds meer anoniem over een kind in hun omgeving waar ze zich zorgen over maken. ,,Helaas durven nog steeds veel mensen niet te praten over huiselijk geweld: uit schaamte, uit angst voor nog meer geweld of om andere redenen.

Er is nu gelukkig meer aandacht voor vanuit de overheid en door het feit dat meer mensen in de media uitkomen voor hun ervaring met huiselijk geweld. Dit kan een verklaring zijn voor het feit dat meer mensen Korrelatie benaderen'', zegt Jean-Pierre van de Ven, als psycholoog verbonden aan de organisatie. Telegraaf 20-5-2016.

Aantal meldingen seksuele intimidatie en seksueel misbruik neemt toe

In het schooljaar 2014/2015 is het aantal meldingen rond seksuele intimidatie en seksueel misbruik, na een eerdere daling, weer toegenomen.

Lees meer...

Veel kinderporno op Nederlandse servers

De goede digitale infrastructuur in Nederland zorgt ervoor dat er relatief veel beeldmateriaal van seksueel misbruik van kinderen op Nederlandse servers te vinden is.

Lees meer...

Sweetie 2.0: nieuw virtueel meisje gaat op pedojacht

Chattende pedoseksuelen in de hele wereld worden vanaf april belaagd vanuit Nederland.

Lees meer...