Het slachtoffer

Huiselijk geweld begint meestal niet direct herkenbaar. Het gaat niet ineens, maar er is sprake van een negatieve spiraal, waarin het geweld uiteindelijk de overhand krijgt.

Eerste voortekenen van het latere geweld kunnen zijn:

  • Heftige start van de relatie, waarbij het latere slachtoffer het gevoel heeft haar nieuwe partner nog onvoldoende te kennen.
  • Grote bemoeizucht en kritiek door de latere dader op het slachtoffer (verbod om te bewegen in bed, controle op het dragen van het soort ondergoed, uiten van onredelijke ergernissen).
  • Controle op mensen waarmee het slachtoffer omgaat, op werk en privé (jaloezie).
  • Het showen van zijn nieuwe aanwinst.
  • Agressie tegen derden ter bescherming van het latere slachtoffer, of in het algemeen.
  • Ten toon spreiding van grote zelfingenomenheid, afgewisseld met grote afhankelijkheid door de latere dader.

Vaak pas in een latere fase van de relatie zal blijken dat de voortekenen zich hebben verhevigd en uitgebreid tot beledigingen, vernederingen en bedreigingen waarna uiteindelijk de eerste klappen zullen vallen.

Een slachtoffer van huiselijk geweld, of het nu een man, vrouw of kind is, reageert vaak op dezelfde manier. Een slachtoffer kan dermate getraumatiseerd raken dat hij/zij niet meer in staat is om rationele beslissingen te nemen. De grote loyaliteit die een slachtoffer ten toon spreidt ten opzichte van de dader is voor ons vaak onbegrijpelijk. Redenen kunnen zijn: angst, liefde, schaamte, niet geloofd worden, etc. De volgende punten verschaffen hierin mogelijk meer inzicht.

Enkele overlevingsmechanismen.

Geweld, pijn, (doods)angst hebben een enorme invloed op slachtoffers. Om hiermee om te gaan kunnen zich enkele overlevingsmechanismen ontwikkelen.

  • Het vermijding van het geweld, door te sussen en kinderen uit de buurt te houden.
  • Daderidentificatie, zich aanpassen en verplaatsen in de dader
  • Het totaal wegcijferen van zichzelf.
  • Het afsplitsen van zichzelf en van de dader. Het slachtoffer ziet de partner niet als een persoon maar als een goede die lief is en een slechte die mishandelt. Bij de goede voelt het slachtoffer zich gelukkig en bij de slechte klein en angstig.
  • Afzonderingsgevoel van de wereld om haar heen, hetgeen kan leiden tot het Multi Personality Synsroom (MPS) waarbij geen pijn gevoeld wordt op het moment van de mishandeling.

Zelfs als uiteindelijk het geweld niet meer weg te denken is, kan het toch nog zo zijn dat het slachtoffer blijft vechten voor haar relatie. Het slachtoffer is gaan geloven dat alles háár schuld is.

Door de mishandelingen die vaak jaren duren, lijdt zij aan een post traumatisch stress syndroom (PTSS). Het slachtoffer is vaak angstig, heeft vele lichamelijke klachten, lijdt aan slaapstoornissen en is depressief. Haar wil is gebroken.

Het slachtoffer raakt verder geïsoleerd. Er komt echter een moment dat zij zich afvraagt hoe het zover is gekomen. Soms komt het zover als de kinderen erbij betrokken worden, als een grens wordt overschreden. Of soms gewoon door iets op de tv of in de krant.