De cyclus van gewelddadig gedrag

Mishandeling binnen een relatie komt meestal niet incidenteel voor, maar slachtoffers herkennen een patroon in het geweld. De drie fasen van de cyclus van geweld kunnen je helpen zien hoe de dader zich kan gaan gedragen.

Als je de cyclus van geweld aan het slachtoffer uitlegt, en als het ware daadwerkelijk kunt voorspellen wat de volgende fase in het gedrag van de dader zal zijn, zal dat helpen om een slachtoffer de situatie te doen laten verlaten. Of het slachtoffer zal ten minste een volgend gewelddadig incident (trachten te) vermijden.

Deze cyclus komt in veel gevallen (er zijn uitzonderingen) van huiselijk geweld voor. Meestal in een frequentie, en op ernstig toenemende wijze, van soms zelfs enkele malen per dag.

Fase 1 - Oplopende spanning

De dader wordt met toenemende mate geïrriteerd, gefrustreerd en boos en zoekt aanleidingen om geïrriteerdheid te ventileren.

De dader wordt mogelijk jaloers en bezitterig, vreest dat het slachtoffer hem wil verlaten. De dader stelt regels waar het slachtoffer zich aan moet houden en beschrijft de consequenties als die regels worden gebroken. De dader gebruikt kleinerende en vernederende woorden over het slachtoffer. Ook komt hij afstandelijk en koel over en is gespannen.

In deze fase meldt het slachtoffer zich soms bij de politie om melding te maken van de gewelddadige situatie. Zij is bang en ziet nog geen oplossing, maar wil nog geen aangifte doen.

Fase 2 - Explosie van het geweld

De dader verliest controle over de boosheid en de frustratie en valt het slachtoffer lichamelijk aan. Meestal zonder een duidelijke reden of aanleiding. Tijdens een verbaal conflict raakt de dader als het ware buiten zinnen en heeft geen controle meer over zichzelf. Hij is dan niet benaderbaar door het slachtoffer.

Alle vormen van geweld kunnen voorkomen. Het geweld kan, na doorlopen van een complete cyclus, toenemen.

In deze fase doen sommige slachtoffers na de mishandeling aangifte bij de politie. Zij komen vaak verward, agressief en angstig over.

Fase 3 - Wittebroodsweken

De dader zal zich verontschuldigen voor het gedrag, maar zal zich niet verantwoordelijk voor het gedrag voelen. Hij reageert bijvoorbeeld met botte ontkenningen of met pogingen het goed te maken en te beloven te zullen veranderen. Hij verwijt het slachtoffer dat het zijn regels heeft gebroken en zodoende heeft deze het geweld veroorzaakt.

De dader kan beloven het slachtoffer nooit meer pijn te zullen doen. Hij werkt op het schuldgevoel van het slachtoffer door haar "zijn enige hoop" te noemen. Hiermee legt hij tijdelijk alle macht in handen van het slachtoffer.

Slachtoffers geloven dit vaak en overtuigen zich zelf ervan dat het huidige liefhebbende gedrag van de dader zal voortduren. Dit maakt het heel moeilijk voor het slachtoffer, om de dader gedurende deze fase te verlaten, of om aangifte te doen bij de politie.

In deze fase probeert het slachtoffer vaak de aangifte, die zij eerder gedaan heeft, weer in te trekken. Zij gelooft de belofte van de dader om haar nooit meer te mishandelen en geniet van de aandacht die hij haar schenkt. Zij voelt zich onmisbaar voor haar partnet, omdat, zoals hij zegt, alleen zij hem begrijpt.