Amnesty International in Nederland - De Iraanse Zina

De Irakese Zina weet uit ervaring hoe moeilijk het is om aangifte te doen. ‘Het is niet makkelijk om je man aan te klagen bij de politie', zegt ze in haar flat, waar ze sinds een jaar met haar kinderen woont. ‘Het betekent dat je geïsoleerd verder moet leven. Je wordt door je familie en vrienden verlaten.' In 1998 vluchtte Zina met haar twee kinderen uit Irak naar Nederland.

Kort daarna kreeg ze een verblijfsstatus en verhuisde ze uit het asielzoekerscentrum naar een woning in Gelderland. ‘Ik heb er mijn eigen weg kunnen vinden. Ik had mijn eigen uitkering en ging naar school om Nederlands te leren. Ik had vrienden. Als vrouw heb ik mijn vrijheid en onafhankelijkheid vanaf mijn 28ste in Nederland ontdekt. De mishandelingen en vernederingen, die onderdeel waren van mijn dagelijks leven in Irak, waren verdwenen.'

Twee jaar later kwam haar man naar Nederland. ‘Toen begon al die ellende opnieuw', zegt Zina met tranen in haar ogen. ‘Ik mocht niet naar school en ook niet naar buiten. Ik mocht vooral niet omgaan met mensen die hij niet kende. Alles wat ik deed was verkeerd. Hij kon niet accepteren dat hij van mij afhankelijk was.'

Dat duurde maanden, totdat hij probeerde Zina te wurgen. ‘Op een dag kwam ik een half uur te laat van school naar huis. Hij greep met beide handen om mijn keel en zei dat het genoeg geweest was en mij ging vermoorden. Toen ik bijna bewusteloos op de grond viel, bleef hij op mij inbeuken en slaan. Ik had overal blauwe plekken en heel veel pijn.'

Uit angst, schaamte en door de zichtbare bewijzen durfde Zina dagenlang niet naar buiten. Toen ze een week later de kinderen ophaalde van school zag een buurvrouw de blauwe plekken. ‘Ik vertelde haar wat er gebeurd was. Ze zei dat ik aangifte moest doen bij de politie. Ik zei haar dat ik daar bang voor was. Een uur later stond ze met twee agenten voor de deur. Toen moest ik wel. Mijn man werd gelijk het huis uitgezet.'

Maar daarmee kreeg Zina nog geen rust: ‘Ik werd daarna regelmatig door hem met de dood bedreigd. Zelfs een bekende Irakese moordenaar uit Frankrijk belde mij dat ik terug moet naar mijn man, anders zou hij wel naar Nederland komen.'

Volgens Zina doet de politie niet veel tegen de bedreigingen. ‘Alleen als mijn man voor mijn deur staat mag ik de politie bellen!'

Mehmet Ülger
Amnesty International afdeling Nederland