Amnesty International in Nederland - Birol C.: Tien jaar later

Tien jaar later. Birol, een man die de Turkse tradities hoog houdt, zag met lede ogen toe hoe zijn vrouw verwesterde. ‘Ze hield zich niet aan onze normen en waarden.' Volgens hem heeft de westerse cultuur zijn vrouw beïnvloed. ‘In mijn streek draagt elke vrouw van boven de dertig een hoofddoek. De rokken die zij droeg werden korter en korter.' Hij kon dat gedrag van Kezban niet accepteren. Het escaleerde toen zijn vrouw naar een Blijf-van-mijn-lijfhuis vluchtte.

‘Zij is niet zomaar gevlucht', zegt Ayten, een vriendin van het slachtoffer. Ayten verbleef een tijdje samen met haar in het opvanghuis. ‘Kezban is door Birol jarenlang zwaar mishandeld. De blauwe plekken waren duidelijk zichtbaar. Toen zij naar het Blijf-van-mijn-lijfhuis kwam was ze zwaar depressief en leefde ze in angst. Zelfs de kinderen vertelden over de mishandelingen.'

Kezban had niemand in Nederland om steun aan te vragen. ‘Het Blijf-van-mijn-lijfhuis was de enige mogelijkheid om van de mishandelingen weg te komen. Dat gold ook voor mij. Als ik mijn eigen inkomen had gehad was ik nooit naar een opvanghuis gegaan', zegt Ayten.

Kezban kreeg na de opvang een huis toegewezen in Zwijndrecht, waar ze samen met de kinderen woonde. Toen Birol achter haar adres kwam, bedreigde hij haar regelmatig. Nog de week voor de moord heeft ze de politie verzocht om een straatverbod voor hem. De politie kon echter niets doen.

De behoefte aan opvangplaatsen blijft het aanbod ver overtreffen. Volgens een in januari gepresenteerd actieplan tegen vrouwenmishandeling van GroenLinks meldden zich vorig jaar bijna 23.000 vrouwen en hun kinderen bij een Blijf-van-mijn-lijfhuis. Ruim 10.000 werden toegelaten; de rest werd de deur gewezen wegens plaatsgebrek.

De opgenomen vrouwen zijn geen dwarsdoorsnede van alle vrouwelijke slachtoffers van huiselijk geweld. Met name moeders met jonge kinderen uit de lagere inkomensklasse - en dus veel allochtonen - zijn in de vrouwenopvang oververtegenwoordigd.

Birsen is een van de duizenden vrouwen die jarenlang de mishandelingen moest slikken, afhankelijk als ze was van haar man. De Koerdische trouwde vier jaar geleden met haar neef en kwam naar Nederland om een gelukkig gezin te vormen. Maar dat ideaalbeeld verdween snel voor Birsen.

‘Al na een paar maanden wilde ik van hem scheiden en teruggaan naar Turkije. Hij bleek totaal anders te zijn dan ik had gedacht. Ik was zijn bezit. Hij bepaalde alles, ik mocht me nergens mee bemoeien. Als ik dat wel deed dan vielen er klappen. Ook mocht ik niet werken, zodat ik afhankelijk was van zijn inkomen. Omdat hij mijn neef is, werd ik door mijn familie zwaar onder druk gezet om niet te scheiden. Ik had verder niks en niemand om steun te vragen. Ik leefde in een soort gevangenis.'

Sinds kort woont ze in een Blijf-van-mijn-lijfhuis. ‘Ik had geen andere keuze dan vier jaar lang de mishandelingen te ondergaan. Zodra ik mijn verblijfsvergunning kreeg, heb ik mijn spullen gepakt en ben bij hem weggegaan.' Zelfs nu nog is ze bang dat hij haar weet te vinden. Ze heeft met niemand contact, ook niet met familie, uit vrees voor erewraak. Voor dit interview was ze alleen per telefoon te spreken.