Huisverbod

Het huisverbod houdt in dat een pleger van huiselijk geweld in beginsel tien dagen zijn of haar woning niet meer in mag en in die periode ook geen contact mag opnemen met de partner of de kinderen.

De maatregel biedt de mogelijkheid om in een noodsituatie te voorzien in een afkoelingsperiode waarbinnen de nodige hulpverlening op gang kan worden gebracht en escalatie kan worden voorkomen. Het huisverbod kan ook worden opgelegd bij kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan. Het huisverbod wordt meestal door de politie  (gemandateerd) opgelegd.

De burgemeester kan in bepaalde situaties het huisverbod verlengen tot maximaal vier weken. Degene die uit huis geplaatst wordt en zich niet aan het huisverbod houdt, kan maximaal twee jaar gevangenisstraf krijgen of een taakstraf. Hij of zij kan tegen het huisverbod in beroep te gaan bij de bestuursrechter.

Incidentmelding of aangifte

Meestal komt een melding van huiselijk geweld bij de politie binnen als  incidentmelding of er is een aangifte gedaan van huiselijk geweld. Wanneer deze melding een huiselijk geweld situatie betreft, zal de surveillancedienst van de politie die beoordelen aan de hand van drie criteria, namelijk:

  • Is er sprake van (dreigend) huiselijk geweld: zijn er aanwijzingen dat de ruzie een meningsverschil te boven gaat of zal gaan?
  • Wordt het geweld veroorzaakt door iemand die in het huis woont of daar anders dan incidenteel verblijft?
  • Is de persoon van wie de dreiging uitgaat meerderjarig?

Na de eerste beoordeling van de situatie door de surveillancedienst zijn er verschillende mogelijkheden.

Wanneer op bovenstaande vragen drie keer bevestigend is geantwoord, komt de Hulpofficier van Justitie ter plaatse voor de inhoudelijke beoordeling van de situatie aan de hand van het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld, gevolgd door het al dan niet opleggen van een tijdelijk huisverbod door de Hulpofficier van Justitie namens de burgemeester. Deze risicotaxatie houdt in:

  • De persoon: antecedenten, negatieve houding, riskante gewoonten.
  • Het incident zelf: psychisch geweld, bedreiging, lichamelijk geweld, seksueel geweld, zwaarte van de intimidatie, geweldsontwikkeling, wapens, aanwezigheid van kinderen, geweldsverwachting, en de achteraf beoordeling van het geweld door pleger.
  • De context: leefomstandigheden waarbinnen het huiselijk geweld zich afspeelt: werkgerelateerde problemen, financiële problemen, familie en huwelijksomstandigheden, sociaal isolement.

Als er een strafbaar feit is gepleegd, wordt er in sommige gevallen direct  overgegaan tot de aanhouding van de verdachte. De voorkeur gaat ernaar uit om (als de situatie zich daarvoor leent) gelijktijdig een huisverbod op te leggen. Wanneer er geen sprake is van huiselijk geweld, zal de ruzie op een andere manier moeten worden gesust. Als het niet om een huisgenoot gaat of de pleger is minderjarig zal het geweld op een andere wijze gestopt moeten worden en een verwijzing naar hulpverlening plaatsvinden.

In zeer ernstige situaties, indien slachtoffer het zelf graag wil, of in geval van eer gerelateerd geweld kan uiteraard zoals vanouds doorverwijzing naar de vrouwenopvang of een andere veilige plaats volgen. De Hulpofficier van Justitie legt een tijdelijk huisverbod op wanneer uit de risicotaxatie blijkt dat een pleger een hoog risico scoort. Hij neemt vervolgens de huissleutels van de uit huisgeplaatste in.

Als een huisverbod is opgelegd moet er onmiddellijk een interventie plaatsvinden(diagnose, plan van aanpak, doorverwijzing). In tien dagen moet een diagnose worden gesteld en moeten intakes worden geregeld gericht op systeemgerichte hulpverlening. De regie over het tot stand komen en het continueren van een systeemaanpak van de cliënten ligt bij de casemanager. De hulp aan gezinnen waar een tijdelijk huisverbod is opgelegd verloopt in twee fasen:

  • Eerste tien dagen: crisisinterventie door een 24/7-uurs bereikbare en beschikbare interventie: diagnose, plan van aanpak, doorverwijzing voor behandeling en eventuele start van de behandeling.
  • Na het huisverbod: continuering van behandeling volgens het plan van aanpak.

Procedure verlengen huisverbod:

Uitgangspunt bij verlenging is dat er niet wordt verlengd, tenzij de dreiging voortduurt. Als er verlengd wordt dan zal dat goed moeten worden gemotiveerd. Vaak zal het zo zijn dat de eisen aan de motivering hoger zijn naarmate de zwaarte van de problematiek bij het opleggen van het huisverbod minder ernstig was. Een verlenging wordt aangevraagd wanneer de omstandigheden nog zodanig onrustig zijn dat er sprake is van een voortzetting van het gevaar voor de veiligheid van de medebewoners. Het huisverbod kan worden verlengd met maximaal 18 dagen, en op elk moment in die periode weer worden ingetrokken wanneer de dreiging voor slachtoffer en kinderen verdwenen is.