De partner van het slachtoffer

Iemand die het slachtoffer is geweest van seksueel geweld krijgt veel te verwerken. Maar ook degene die met het slachtoffer een relatie heeft, maakt een moeilijke tijd door. Hij wil het slachtoffer ondersteunen, maar zit tegelijkertijd met zijn eigen emoties.

Vaak heeft de partner het gevoel dat hij met zijn problemen nergens terecht kan; niet bij zijn partner, want zijn problemen halen het immers niet bij die van het slachtoffer; niet bij zijn eigen omgeving, want dat ervaart hij als zwakheid of als verraad aan zijn partner.

Dit kan tot ernstige relatie problemen leiden. Overigens zie je dergelijke problemen ook bij familieleden of intieme vrienden, zeker als ze zich erg betrokken voelen bij het slachtoffer.

Partners van slachtoffers van seksueel geweld vormen een heel verschillende groep. Zij hebben met elkaar gemeen dat ze een relatie hebben met iemand die als kind seksueel misbruikt is, die is aangerand of verkracht of die op het werk seksueel lastig gevallen is.

Partner en slachtoffer kunnen een hetero- of een homopaar vormen. De man wiens vriend als jonge jongen in de prostitutie verzeild is geraakt, de vrouw wiens man als kind seksueel misbruikt is of de man wiens vrouw is aangerand, ze horen allemaal tot deze groep.

De meeste partners zijn mannen die een relatie hebben met een vrouwelijk slachtoffer. Een slachtoffer van seksueel geweld moet veel verwerken. Maar het geweld schokt ook de partner. Het maakt de partner misschien woedend, angstig of verdrietig: ook hij voelt de pijn.

Soms heeft hij moeite om die gevoelens te uiten of projecteert hij ze op zijn partner, hij gaat ervan uit dat die zich net zo voelt. Vaak maakt hij zichzelf verwijten: ‘had ik maar....' en heeft hij de neiging om zijn partner te veel te beschermen.

Hij gaat daarin vaak verder dan dat de partner wil en cijfert zichzelf volkomen weg om het de partner naar de zin te maken. Op den duur voelt dit echter als ‘inleveren', wat ruzie kan opleveren en waardoor hij zich minderwaardig gaat voelen. Soms overschaduwt woede tegen de pleger alle andere gevoelens. De woede kan ook gericht zijn op het slachtoffer: ‘Je had toch weg kunnen gaan'.