Praktijkvoorbeeld 2

De man die het zelf niet meer aan lijkt te kunnen.

Het is nu zo'n twee en een half jaar geleden dat ik verkracht ben. In het begin kreeg ik veel steun van mijn man in de zin van ruimte voor mij mezelf en mijn verdriet. Hij heeft eigenlijk nooit echt vertelt wat het met hem doet.

Als ik huil troost hij me, als hij lichamelijk contact zoekt en ik schrik van zijn aanraking, trekt hij zich terug. Als ik boos ben laat hij het maar over zich heen komen waarna ik vol schuldgevoel weer bij hem uithuil.

Ik ben niet meer de vrouw waar op hij verliefd werd en mee trouwde. Hij houdt nog wel van me maar we raken van elkaar verwijderd. Hij benadert me seksueel misschien nog maar een paar keer per maand. Dan verstijf ik, terwijl ik ook graag weer intiem wil zijn.

Mijn lichaam slaat op tilt zodra hij me aanraakt. Hij gaat dan naar beneden om wat te drinken. Er gaan steeds grotere hoeveelheden alcohol door heen. Ik merk niet wanneer hij naar bed komt.

‘s Ochtends is hij al vroeg naar zijn werk. Hij werkt ook veel en komt laat thuis. Het is tegenwoordig al een uitzondering wanneer we samen kunnen eten.

Ik merk dat ik hem ook vermijd. Ik wil zijn verdriet niet zien. Dat confronteert me met die gebeurtenis. Ik ben hem dankbaar dat hij ondanks alles bij me blijft.