Kenmerken van de man

Dat mannen verschillen van vrouwen zal iedereen ongetwijfeld opgevallen zijn. Wat het meest opvalt, zijn de uiterlijke verschillen. Een mannenlichaam ziet er heel anders uit dan een vrouwenlichaam.

Het vrouwenlichaam is beter uitgerust voor het baren en voeden van kinderen/baby's. Het mannenlichaam is beter uitgerust voor het leveren van spierkracht. Zo zijn er nog vele grote, en oneindig veel meer kleine, lichamelijke verschillen. 

Ondanks deze verschillen ligt het grootste verschil tussen man en vrouw niet op het lichamelijke vlak. Het grootste verschil tussen man en vrouw ligt op het sociale/maatschappelijke vlak. Mannen en vrouwen nemen verschillende rollen in binnen de samenleving.

De laatste 100 jaar, en vooral de laatste 50 jaar, is er echter op dit gebied veel veranderd. De kloof tussen mannelijk en vrouwelijk is kleiner geworden. Alleen al het aantal vrouwen dat haar plek weet te vinden op de arbeidsmarkt bevestigen dit. Toch zal het verschil mogelijk groot blijven.

Op een technische universiteit zitten nog steeds meer mannen dan vrouwen. En op een maatschappelijk werk opleiding zitten meer vrouwen dan mannen. Ondanks pogingen van emancipatie bewegingen en overheden lukt het niet om mannen en vrouwen hetzelfde te maken.

  1. Het hebben van een betaalde baan is het belangrijkste in het leven van een man.
    Een man haalt veel van zijn eigenwaarde uit zijn werk. Door te werken zorgt de man voor zichzelf en zijn gezin. Werken levert geld op. Van dat geld worden spullen gekocht om het thuis/huishouden draaiende te houden. Werk maakt de man zelfstandig. Door het werk is de man vaak ook scheppend bezig. Hij creëert dingen. Mannen zijn vaak trots op hun werk.

    Dit geldt niet alleen voor de hogere leidinggevende functies. Gehoord op een verjaardagsfeest: Een vriend van mij is vuilnisman en vertelt steeds weer dat hij en zijn collega's Nederland schoon houden. "Zonder ons zou het hier een stinkende zooi zijn".

    Deze belangrijke mannelijkheids codering is sinds enkele tientallen jaren aan het veranderen. Mannen hoeven steeds minder de enige kostwinner te zijn maar ze moeten wel in staat zijn het gezin/zichzelf te onderhouden als dat nodig mocht zijn. Veel vrouwen werken parttime erbij (maar ook dit verandert langzaam).

    Wanneer de vrouw meer verdient dan de man, vinden sommige mannen dat moeilijk. De verantwoordelijkheid voor het onderhouden van het gezin en zijn levensstandaard ligt dan meer bij de vrouw. Terwijl de man zich hier verantwoordelijk voor voelt.
  2. Mannen zijn handelings- en prestatie gericht.
  3. Een man moet de kost verdienen voor zichzelf en voor degene die afhankelijk van hem zijn.
    Doordat de arbeid van de man beoordeeld wordt, moet de man goed presteren. Een slecht presterende man brengt immers de geldstroom naar zichzelf en/of het gezin in gevaar. Als hij niet goed bevonden wordt en wordt ontslagen zal het hele gezin en zijn omgeving dat merken. Mannen moeten dus presteren.

    Een goed presterende man mag tevreden over zichzelf zijn. Hij heeft de verwachtingen waargemaakt en niemand teleurgesteld. Ook alleenstaande mannen moeten wel kunnen laten zien dat ze in staat zijn tot het onderhouden van een gezin. Ze kiezen voor het vrijgezellen bestaan. Het is niet omdat ze door te disfunctioneren geen vrouw hebben.
  4. Mannen concurreren:
    Als man moet je sneller, beter, sterker en efficiënter zijn dan andere mannen en vrouwen. Dit is een gevolg van prestatie gericht zijn. Een man kan alleen zijn prestaties waarderen door ze te vergelijken met die van anderen. Hoe beter de prestatie hoe hoger de eigenwaarde. Hoe beter de prestaties zijn, hoe succesvoller de man zich voelt.
  5. Mannen zijn zelfstandig, onafhankelijk en kunnen alles alleen.

  6. Een man heeft geen hulp nodig.
    Deze twee punter lijken veel op elkaar. Een man moet het gezin kunnen verzorgen. Een zelfstandige onafhankelijke man kan dat logische wijs beter dan een hulpbehoevende afhankelijke man. Als de man van anderen afhankelijk is, is zijn gezin dat ook. Misschien moet dan de vrouw het opknappen.
  7. Mannen hebben zichzelf onder controle, zijn niet bang en huilen niet.
    De verzorging van het gezin moet een zekere stabiliteit kennen. Als er iets naars gebeurt in het leven van een man moet hij natuurlijk wel in staat blijven om zichzelf en/of zijn gezin te verzorgen. Een man moet een groot relativerend vermogen hebben om een stabiliserende werking op het gezin te hebben in moeilijke of onzekere tijden.
  8. Mannen zijn agressief, weten zich echter te beheersen, maar laten niet over zich heen lopen.
  9. Een man dient degene die van hem afhankelijk zijn te beschermen.
    Deze 2 punten hebben ook veel met elkaar te maken. Een man weet zijn agressie te beheersen. Als hij dat niet zou kunnen zou hij een gevaar voor zijn gezin zijn.

    Een man moet juist zorgen voor stabiliteit in het gezin en geen (overvloed aan) angst of onrust veroorzaken. Maar een man laat niet over zich heen lopen. Hij zal in de opvoeding van de kinderen meestal strenger en minder flexibel zijn dan de vrouw. Ook buiten het gezin zal de man opkomen voor de belangen van het gezin.

    Wanneer het gezin bedreigd word en gevaar loopt zal de man zijn agressie inzetten om de bedreiging van buitenaf te weren. Een man zonder agressie kan deze agressie niet inzetten voor de verdediging van zijn thuis en/of gezin.
  10. Een echte man is geen slachtoffer.
    Het slachtofferschap is omgeven met onmacht, verlies, zwakte, angst etc. Dit zijn dingen waarmee mannen maar moeilijk kunnen leven. Een man behoort juist het tegenovergestelde van deze dingen te zijn.
  11. Mannen ervaren intimiteit via seksualiteit.
    Seksualiteit is voor veel mannen een middel om tot intimiteit te komen. Bij de meeste vrouwen is seksualiteit juist het gevolg van intimiteit. Wanneer er problemen zijn met seksualiteit beïnvloed dat voor mannen het gevoel van intimiteit in de relatie.
  12. Een man moet seksueel presteren en voor nageslacht zorgen.
    Seksueel presteren kan op veel manieren. Vaak scheppen mannen tegen elkaar op over hun seksuele prestaties. Het zorgen voor nageslacht is behalve het bewijs dat de man lichamelijk ‘klopt', ook nog beladen met het doorgeven van de familienaam.