Opvoeding

Negatieve opvoedingsfactoren

Negatieve levenservaringen in de vroege jeugd veroorzaken chronische gedrags- en belevingsproblemen die de kans op latere seksuele agressie verhogen.

De slechte kwaliteit van opvoeding, zoals te pas en te onpas straffen, strenge straffen bij afwezigheid van liefde, geweld in het gezin, gebrek aan stabiliteit in de relaties met de verzorgenden (vader en moeder) door verlating, langdurig verblijf in opvoedingsinstituten in de kindertijd en kindermishandeling, kunnen een voedingsbodem vormen voor het plegen van (seksueel) geweld.

Zij blijken in hun kindertijd geen veilige bindingen te hebben gekend en zijn daardoor niet in staat de vaardigheden te ontwikkelen, zoals inlevingsvermogen en het herkennen van emoties in anderen, die nodig zijn voor het aangaan van intieme relaties in de volwassenheid.

Later is hun levensstijl grillig en impulsief en missen zij het vertrouwen in de stabiliteit en het voortduren van elke relatie. Zij gaan door het leven als eenzame personen of hebben oppervlakkige en onbevredigende seksuele en gevoelsrelaties. Ook als zij een relatie hebben dan ervaren zij een emotionele eenzaamheid.

Gebrek aan intimiteit en emotionele eenzaamheid zijn kenmerken van seksuele delinquenten. Gebrek aan intimiteit en emotionele eenzaamheid roepen negatieve gevoelens op. Omdat deze mannen de sociale vaardigheden missen om deze behoeften te vervullen, kan seksualiteit gebruikt worden om de negatieve gevoelens te dempen.

Mannen gebruiken dan seksualiteit als een manier om het hoofd te bieden aan emotionele problemen en levensproblemen. Deze seksuele activiteit geeft slechts tijdelijke bevrediging en kan daarom leiden tot gewelddadige seksualiteit.

Hun verkrachtingen zijn dan niet normale pogingen om door middel van dwang hun behoefte aan intimiteit te bevredigen. Een tweede mogelijkheid die tot seksueel geweld leidt kan ontstaan uit gebrek aan intimiteit en de emotionele eenzaamheid, waarbij de man zijn boosheid en wraakgevoelens projecteert op vrouwen. Dit doet hij dan als hij meent dat zij de oorzaak zijn van het niet vervuld worden van zijn behoeften.

Bij verkrachters blijken negatieve emoties zoals woede en vijandigheid jegens een bepaalde vrouw of vrouwen in het algemeen vooraf te gaan aan seksuele agressie. Uit onderzoeken blijkt dat mannen, die een hen bekende vrouw hebben verkracht, vaak vertellen dat de directe aanleiding voor hun agressie was dat die vrouw hen kwaad gemaakt had door hem te minachten, bespotten, af te wijzen of in de steek te laten.

De mannen ervoeren de afwijzing als een krenking van hun mannelijke ego en namen wraak op haar. Maar ook andere gemoedstoestanden spelen een rol.

Herhaalde verkrachters herinneren zich dat zij zich vaak eenzaam, gedeprimeerd of waardeloos voelen in de uren voorafgaand aan de verkrachting op grond van tegenslag, spanningen of onvrede.

Niet zelden gaan ze in zo'n stemming doelloos rondrijden in hun auto, gebruiken alcohol als extra ontremmer, creëren een situatie waarin ze contact leggen met een vrouw en slaan toe als ze de kans schoon zien.