Date rape

Volgens officier van justitie M. de Bruijn valt ‘Seks met een vrouw die in bewusteloze toestand verkeert' te kwalificeren als verkrachting.

Deze zomer (juli 2004) stond bij de rechtbank in 's-Hertogenbosch nog een 36-jarige inwoner uit Wijk en Aalburg voor de rechter omdat hij seks had gehad met een 23-jarige vrouw die na uitbundig drankgebruik helemaal van de wereld was. De vrouw was na sluitingstijd in een Bosch café gebleven. Daar werd ze volgegooid met de nodige ‘shotjes'. De verdachte nam de vrouw in bewusteloze toestand mee naar zijn zaak. Daar zou hij seks hebben bedreven met het weerloze slachtoffer.

Pas enkele dagen na de verkrachting groeide bij de vrouw de angst dat haar iets vreselijks overkomen was. Ze besloot aangifte te doen. Overigens is de aangiftebereidheid bij seksuele delicten nog altijd gering. Hoewel uit slachtofferenquêtes blijkt dat jaarlijks ongeveer 170.000 vrouwen slachtoffer worden van 'ongewenste seksuele contacten', doet slechts een kleine twintig procent hiervan aangifte bij politie.

Dat zo weinig slachtoffers van zedendelicten aangifte doen, komt door het feit dat daders van seksuele delicten in veel gevallen bekenden van het slachtoffer blijken te zijn.

"Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat bij verkrachtingen zo'n tachtig procent van de gevallen de dader een bekende van het slachtoffer was" zegt Mechteld Höing van de Rutgers Nisso Groep. "Veelal ging het om date-rape", vervolgt zij.

Dat kan het extra moeilijk maken het gedwongen karakter van het seksuele contact onder ogen te zien of er voor uit te komen. Uit onderzoek blijkt dat als de relationele betrokkenheid groot is, vrouwen zich verantwoordelijker voelen voor het seksueel geweld. Dat verklaart wellicht waarom zoveel meiden en vrouwen geen aangifte doen.

Ook Caroline* uit het Limburgse Geleen kan hierover meepraten. Op 20-jarige leeftijd werd zij door haar toenmalige vriend verkracht tijdens een van hun eerste afspraakjes.

"Ik kende die jongen zo'n twee weken. Hij had me bij hem thuis uitgenodigd. Daar nam hij me mee naar zijn kelder waar hij een bar had staan. In het begin deed hij lief, maar hij werd steeds dwingender. Hij deed dingen die ik niet wilde en voelde zijn handen waar ze niet hoorden. Hij was erg opgewonden en vroeg of hij ‘all the way mocht gaan'. Ik durfde geen nee te zeggen. Achteraf was ik ervan overtuigd dat het mijn eigen schuld was omdat ik geen nee had gezegd. Ik heb nooit aangifte gedaan."

Dit psychologisch verschijnsel wordt in de literatuur aangeduid als ‘self blame'. Deze vorm van ‘jezelf de schuld geven' heeft directe invloed op een aantal aspecten, die de verwerking van seksueel geweld bemoeilijken. Vrouwen die zichzelf de schuld geven blijken minder vaak aangifte te doen bij de politie en praten minder vaak met anderen over de ervaring.

Zedenrechercheur Marcel Verhoef, politie Doetinchem, kent het belang van een snelle aangifte.

"Het verhaal van het slachtoffer kan bij een snelle aangifte beter ondersteund worden door getuigenverklaringen en sporen, die door de politie zijn aangetroffen bij het slachtoffer en op de plaats delict. Indien sprake zou zijn van verwondingen op het lichaam van het slachtoffer kunnen deze dan ook direct op foto of film vastgelegd worden. Een blauwe plek ziet er na een paar dagen al heel anders uit en na enige tijd verdwijnt deze zelfs, zodat het geweld, wat op het slachtoffer is uitgeoefend, dan moeilijker vast te stellen is.

Naast de verklaring van het slachtoffer kunnen deze aangetroffen sporen de bewijslast tegen de verdachte alleen maar vergroten. Als een slachtoffer na lange tijd pas aangifte doet, zijn er vaak geen sporen meer te traceren en zal dat betekenen dat de politie alleen maar een verklaring van de aangeefster heeft waar tegenover een verklaring van de verdachte staat, een zogenaamde 1 op 1 zaak. Dit maakt een eventuele rechtszaak tegen de verdachte er vaak niet sterker op, hetgeen dan weer kan leiden tot een teleurstelling voor de aangeefster".

Dat meiden en vrouwen zich minder actief verzetten naar mate zij de dader beter kennen is een feit. Maar kunnen jonge meiden en vrouwen wel invloed uitoefenen op de uitkomst van een situatie waarin zij met een aanranding of verkrachting worden bedreigd?Jos Frenken, auteur van het boek ‘Terugvechten; verzet van vrouwen tegen verkrachting', zegt hierover: "Onderzoek toont aan dat actieve verzetsacties, zoals vluchten, gillen en fysieke weestand bieden het meest effectief zijn om een aanval te doen stoppen."

Mark van Dieren is docent fysieke mentale vorming bij de Amsterdamse politie en daarnaast cursusleider ‘agressiehantering'. Over actief verzet zegt hij: "Hoe actiever een vrouw weerstand biedt aan een verkrachter, hoe groter de kans dat zij aan haar verkrachting ontkomt. Volstrekt passief blijven is veelal het slechtste verweer. Een vrouw die zich gedraagt alsof zij zwak en weerloos is, verhoogt haar risico op verkrachting."