De voorlopige hechtenis (bevel tot bewaring)

Indien er gronden aanwezig zijn om de verdachte langer vast te houden dient de officier van justitie, voor het verstrijken van de termijn van inverzekeringstelling (meestal de termijn van 3 maal 24 uur), een bevel tot bewaring te vorderen bij de rechter-commissaris.

De officier van justitie zal dit doen als hij bijvoorbeeld van mening is dat de verdachte een zodanig ernstig misdrijf heeft gepleegd dat invrijheidstelling niet verantwoord is.

De verdachte zal dan, nadat de officier van justitie met hem gesproken heeft, voor de rechter-commissaris geleid worden. Deze laatste zal, in het bijzijn van de raadsman van de verdachte kort horen omtrent het strafbare feit, waarbij de raadsman bij het verhoor van de verdachte in de gelegenheid gesteld wordt de nodige opmerkingen te maken.

De rechter-commissaris zal een bevel tot bewaring slechts af kunnen geven als uit bepaalde gedragingen van de verdachte of uit bepaalde hem persoonlijk betreffende omstandigheden blijkt van ernstig gevaar voor vlucht; of uit bepaalde omstandigheden blijkt van een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid, die de onverwijlde vrijheidsbeneming vordert.

Gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid bestaan als:

  • er sprake is van een strafbaar feit waarop een gevangenisstraf van 12 jaar of meer is gesteld en de rechtsorde ernstig door dat feit is geschokt;
  • ernstig rekening valt te houden met het begaan door de verdachte van een misdrijf waarop een gevangenisstraf van 6 jaar of meer is gesteld of waardoor de veiligheid van de staat of de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar is te brengen dan wel algemeen gevaar voor goederen kan ontstaan; of
  • als er sprake is van verdenking van bepaalde misdrijven (diefstal, verduistering etc. hetgeen voor de zedenwetgeving niet van belang is);
  • de voorlopige hechtenis in redelijkheid noodzakelijk is te achten voor het anders dan door verklaringen van de verdachte aan de dag brengen van de waarheid.

De voorlopige hechtenis zal achterwege blijven indien ernstig rekening gehouden moet worden als aan de verdachte bij een veroordeling geen onvoorwaardelijke straf zal worden opgelegd of als de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis langer zal zijn dan de duur van de op te leggen straf.

De duur van de voorlopige hechtenis is maximaal 14 dagen.