De inverzekeringstelling

Mocht er meer tijd nodig zijn voor het onderzoek dan zal in de meeste gevallen de verdachte in verzekering gesteld worden. De termijn voor in verzekering stelling duurt maximaal 3 dagen. Indien de verdachte in verzekering gesteld wordt zal hij nogmaals bijstand krijgen van een raadsman (advocaat) en wordt de reclassering in kennis gesteld.

De redenen om de verdachte in verzekering te stellen kunnen zijn:

  • het verhoor van de verdachte is nog niet afgerond;
  • de confrontatie van de verdachte met bepaalde personen moet nog gebeuren;
  • de verklaringen van de verdachte, aangever en/of getuige zijn nog niet voldoende onderzocht;
  • verhinderen dat de verdachte door vlucht het onderzoek belemmert of sporen wegmaakt;
  • te voorkomen dat de verdachte in contact komt met niet ingesloten verdachten.

De in verzekeringstelling mag niet gebruikt worden om van de verdachte een bekentenis te verkrijgen.

De officier van justitie kan het bevel tot inverzekeringstelling eenmaal met ten hoogste 3 dagen verlengen. Deze mogelijkheid is echter alleen aanwezig bij dringende noodzakelijkheid. De rechter commissaris zal de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming toetsen. 

Dringende noodzakelijkheid kan bestaan als blijkt dat de 1e termijn van 3 dagen van de inverzekeringstelling ontoereikend is om het opsporingsonderzoek te kunnen voltooien of als de officier van justitie nog geen verantwoorde beslissing heeft kunnen nemen over de invrijheidsstelling van de verdachte of over diens geleiding voor de rechter-commissaris voor een bevel tot bewaring.

De verdachte kan op elk moment tijdens de inverzekeringstelling in vrijheid gesteld worden om uiteenlopende redenen. Dit kan bijvoorbeeld zijn als het onderzoek afgerond is en de officier vindt dat er geen redenen meer zijn om de verdachte langer vast te houden.

De beslissing om de verdachte naar huis te sturen wordt altijd door de officier van justitie genomen en niet door de betreffende rechercheurs.