Aanhouding van de verdachte

Mocht alles vastgelegd zijn in een proces-verbaal dan zal de politie voor wat betreft de aanhouding van de verdachte overleggen met de Officier van Justitie (OvJ). Deze beslist namelijk of de verdachte buiten heterdaad aangehouden mag worden.

Meestal is er sprake van een buiten heterdaad situatie. Dit betekent dat het feit enige tijd geleden heeft plaats gevonden en de OvJ dan een bevel tot aanhouding buiten heterdaad moet geven. Deze bevoegdheid komt dan niet toe aan de rechercheur. De OvJ is al vanaf het begin van het onderzoek bij de zaak betrokken en de zedenrechercheur zal de OvJ bijpraten over de laatste stand van zaken van het onderzoek, zodat deze een beslissing over de aanhouding kan nemen. 

Indien de OvJ gronden aanwezig acht dat er sprake is van een verdachte en er zijn sterke aanwijzingen in de richting van deze verdachte, dan zal hij in de regel het bevel tot aanhouding geven om deze verdachte buiten heterdaad aan te laten houden. De wet bepaalt voor welke strafbare feiten buiten heterdaad aangehouden mag worden.

Met betrekking tot de zedenwetgeving kan voor de belangrijkste zedenmisdrijven buiten heterdaad aangehouden worden, met uitzondering van o.a. schennis van de eerbaarheid. In het algemeen kan gesteld worden dat voor misdrijven, waarop de wetgever 4 jaar of meer gevangenisstraf heeft gesteld, buiten heterdaad aangehouden mag worden. Voor meer informatie over wetsartikelen zie de link op deze site.

De OvJ weegt altijd af hoe de verdachte aangehouden moet worden. In het algemeen zal wel goed gekeken worden of de privacy van de verdachte niet onnodig geschaadt wordt. In sommige gevallen kan bijvoorbeeld ook volstaan worden om de verdachte op het politiebureau uit te nodigen met de mededeling dat hij verdachte wordt van een strafbaar feit en op het politiebureau voor het onderzoek aangehouden zal worden. 

Als deze aanhouding heeft plaats gevonden zal de verdachte voor een hulpofficier van justitie geleid worden. Dit betreft in de praktijk meestal iemand die de rang van inspecteur van politie of hoger heeft. Hij toetst of de aanhouding rechtmatig heeft plaatsgevonden. Daarna zal de verdachte eerst de gelegenheid krijgen om met een advocaat overleg te plegen. 

Daarna gaat de recherche pas met de verdachte in verhoor. Voor aanvang van elk verhoor dient aan de verdachte medegedeeld te worden dat hij niet tot antwoorden verplicht is. Dit houdt in dat de verdachte niets hoeft te verklaren. Een verklaring zal dan ook niet afgedwongen kunnen worden door de politie.

Nadat de verdachte is aangehouden mag de verdachte door de politie 6 uur voor verhoor worden opgehouden. Mocht de verdachte in het belang van het onderzoek langer vastgehouden moeten worden, dan zal hij daarvoor inverzekering gesteld moeten worden. Dit betekent dat de verdachte 3 dagen langer vastgehouden mag worden.